
Stijgende vraag naar jeugdhulp baart zorgen
Zorg en Welzijn zorg en welzijnMeierijstad - De gemeente vraagt aandacht voor jeugdhulp in Meierijstad. Wethouders Rik Compagne en Menno Roozendaal maken zich zorgen over de stijgende vraag naar jeugdhulp. “Het lijkt wel of we het vragen om hulp een beetje verleerd zijn”, aldus Roozendaal.
Door: Ties van Dooren.
In een door de gemeente georganiseerd persgesprek benadrukten de wethouders Compagne en Roozendaal afgelopen donderdag het belang van Jeugdhulp in Meierijstad. “Er is niet per se iets nieuws te melden. We willen gewoon extra aandacht vragen voor de problemen waar jongeren tegenaan lopen”, zegt Roozendaal. Volgens de wethouder gaan ouders en jongeren niet altijd actief opzoek naar hulp. “Terwijl er niks mis mee is om hulp te vragen. Ik vraag mijn schoonvader heel vaak om hulp als er thuis een klusje gedaan moet worden. Het lijkt wel of we het vragen om hulp een beetje verleerd zijn.”
Volgens Roozendaal stijgt de vraag naar jeugdhulp, concrete cijfers heeft hij niet paraat. “Voor de coronaperiode was het redelijk stabiel, maar de laatste jaren zien we de vraag naar jeugdhulp toenemen.” De wethouder weet niet precies waar dat aanligt. Hij vermoedt dat er meerdere oorzaken zijn. “Jongen kampen veel met spanningen, angsten en eenzaamheid. We leven een maatschappij waarin het draait om presteren. Misschien vragen we te veel van de jeugd. Het verhaal over de toekomst op het gebied van klimaat en wonen is ook niet erg optimistisch. Daar hebben sommige jongeren last van.” Wethouder Compagne vult aan: “De gemeente heeft onlangs het gezondheidsbeleid gepresenteerd. Ik maak me het meeste zorgen om onze jeugd. Het staat hoog op de politieke agenda”, verzekert hij.
Roozendaal is de laatste anderhalf jaar verschillende zorginstellingen afgegaan. Hij sprak met jongeren, maar ook met professionals uit de jeugdhulp. Het beeld dat de wethouder schetst is niet bepaald rooskleurig: “Jongeren kampen met angst, problemen op school, problematiek in de thuissituatie, het gebruik van drugs en alcohol en de mobiele telefoon heeft veel invloed op het gedrag van de jongeren. Wij willen het tij keren. Daarom zetten we vol in op preventie.” Een van de voorbeelden daarvan is het Uit met Ouders-principe. Deskundigen van Novadic-Kentron, Halt, politie, boa’s, GGD en het jongerenwerk nemen ouders op zo’n avond mee in het leven van een puber. Op de laatste bijeenkomst in Schijndel kwamen zo’n negentig ouders af. Volgens Roozendaal is dat ‘best veel’. Tijdens de Uit met Ouders-avond passeert er van alles de revue. Van pestgedrag tot alcohol- en drugsgebruik, van vapen tot het vastlopen in het onderwijs en van prestatiedruk tot problematisch gamen. “Het was voor ouders best confronterend hoe makkelijk jongeren aan vapes, drugs en alcohol kunnen komen”, vertelt Hanneke van Weert (preventiemedewerker van Novadic-Kentron). Van Weert weet niet precies waar die onwetendheid van de ouders vandaan komt. Ze vervolgt: “Je zou als ouder de telefoon van je kind kunnen checken of controleren waar ze mee bezig zijn.” Of ouders een blinde vlek hebben als over hun eigen kind gaat, weet Van Weert niet. “Dat zou zeker kunnen. Ik vind het belangrijk dat we drugs- en alcoholgebruik niet normaal gaan vinden.” Timo van Dalsum is jongerenwerker bij ONS welzijn en veel te vinden bij jongerencentrum De Kluis en op het Fioretti College. Hij sluit zich aan bij de woorden van de twee wethouders. Van Dalsum: “Wij krijgen verschillende vragen binnen. Ik ben vooral actief op het Fioretti College. Daar gebruiken wij pauzes voor om in contact te komen met jongeren. Daarnaast zetten we naschoolse-evenementen op zoals een FIFA-toernooi of een potje zaalvoetbal. Op die manier kunnen we makkelijker signaleren wat er speelt onder de jeugd.” Ook ziet Van Dalsum soms jongeren die na school lang blijven hangen. Dan gaan de alarmbellen af. Hij legt uit: “Je wil dan weten waarom hij of zij niet naar huis gaat. De kans is groot dat dit kind ’s avonds ergens gaat rondhangen. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Wij gaan ’s avonds ook langs hang- en chillplekken om jongeren aan te spreken en we proberen ze dan richting het jongerencentrum te trekken.” Roozendaal hoopt dat ouders er met elkaar over durven te praten en dat ze hulp zoeken bij professionals wanneer er zich problemen voordoen met hun kroost. “Je moet je kwetsbaar opstellen. Het is moeilijk om te zeggen dat je worstelt met de opvoeding, terwijl je veel aan elkaar kan hebben”, denkt Roozendaal. Hij heeft nog een laatste boodschap richting ouders: “Ben een beetje mild naar elkaar. Oordeel niet te hard over iemands opvoeding. Probeer elkaar juist te helpen. Wij als gemeente zijn in ieder geval altijd bereid voor hulp of om advies te geven”, besluit Roozendaal.















