
Dayenne en Alisha wonen in een pleeggezin
Zorg en WelzijnMeierijstad - Als ouders niet voor hun kind kunnen zorgen, kan een kind in een pleeggezin worden opgevangen. In Nederland wonen ruim 21 duizend kinderen in pleeggezinnen. Maar hoe is het eigenlijk om pleegouder te zijn? DeMooiRooiKrant vroeg het aan pleegmoeder Annemiek Konings (47) uit Keldonk.
Door: Ties van Dooren.
Meierijstad telt in totaal 44 pleegkinderen verspreid over 38 gezinnen. Twee daarvan, Dayenne (15) en Alisha (12), wonen in Keldonk bij de familie Konings. Annemiek vertelt waarom ze zich dertien jaar geleden aanmeldde als pleegmoeder. “Mijn man Marc en ik kunnen samen geen kinderen krijgen. We hebben eerst gekeken naar het adopteren van een kindje, maar dat zagen we eigenlijk niet zitten. Toen zijn we de mogelijkheden van het pleegouderschap gaan verkennen. Dat sprak ons enorm aan. Dayenne kwam als eerste in ons leven. Het gezin had geen huisvesting. Ze konden dus onmogelijk voor haar zorgen en Dayenne is gelijk bij de geboorte weggehaald en in een crisisgezin ondergebracht.”
Na anderhalf jaar kwam ze bij Annemiek en Marc te wonen. De pleegouders kozen bewust voor langdurige pleegzorg. Dat houdt simpelweg in dat de kinderen voor langere tijd bij een gezin blijven. Annemiek vervolgt: “Ik hecht me vrij snel aan iemand. Je kan ook kiezen voor crisisopvang, maar dat zijn kortere periodes. Bovendien wilden wij wel kinderen. Het voelt ook als een dochter.” Datzelfde geldt voor Alisha (12) die op tweejarige leeftijd bij Annemiek, Marc en Dayenne kwam te wonen omdat ze te maken kreeg met een onveilige situatie thuis. Annemiek: “Dayenne en Alisha zijn echt zusjes van elkaar geworden. Ze doen het geweldig en zitten heerlijk in de puberteit. Ik ben trots op ze.” Tot nu toe is het bij twee meiden gebleven. “Ik had wel honderd pleegkinderen willen hebben, maar zo werkt het niet. En ik heb ook nog een man hè”, zegt Annemiek lachend die zelf in de zorg werkt.
Van beide kinderen zijn de ouders nog in beeld. In het geval van Dayenne gaat dat goed. “Ze zijn al best een tijdje in beeld en hebben het voor hun doen aardig op de rit. Dayenne wil graag contact met haar ouders en dus ben ik blij voor haar. Een keer in de zoveel tijd spreken ze wat af. Pas zijn ze samen nog een dagje naar de Efteling geweest. Het onderlinge contact is goed”, stelt Annemiek.
Bij Alisha ligt dat gevoeliger. “Ze ziet haar moeder (vader is overleden) momenteel twee keer per jaar. Daar kan ik mee leven, maar het is ook wel eens meer geweest. Te veel naar mijn mening. Alisha had er zelf ook niet echt behoefte aan”, vertelt Annemieke. Toch was er geregeld contact. De Keldonkse pleegmoeder vervolgt: “Dat is ook een van de dingetjes waar ik tegenaan loop. Er worden door de moeder constant rechtszaken aangespannen. Het is een never ending story. Dat is soms vermoeiend en frustrerend.” Volgens Annemiek wordt er in dit soort gevallen te weinig gefocust op het kind. “De rechter beslist over de bezoekregeling en kijkt daarbij voornamelijk naar de biologische ouders, terwijl het in mijn ogen om het kind draait. Dat vind ik een kwalijke zaak.” Wethouder Roozendaal hoopt dat wanneer pleegouders tegen bepaalde zaken aanlopen ze zich melden bij de gemeente. “Als er iets beter kan, dan horen wij dat graag. Naast dat ze dat uiteraard met de pleegzorgorganisatie bespreken. Om van pleegzorg een succes te maken is het essentieel dat pleegouders zich ondersteund voelen door deskundige begeleiders. Niet alleen het kind heeft die steun nodig, maar ook de pleegouders. Zij nemen een grote verantwoordelijkheid op zich en om dat te kunnen dragen, moeten ze kunnen rekenen op de betrokken pleegzorgorganisatie en de (lokale) overheid.” Annemieke heeft weinig reden tot klagen: “Het loopt heel goed. In het begin is het soms wel schrikken als er ineens allerlei brieven van de rechtbank op de mat liggen. Dan krijg je het wel even Spaans benauwd, maar dan bel je de voogd of de pleegzorgmedewerker en wordt het snel duidelijk. Je wordt niet zomaar in het diepe gegooid.”
Het opvangen van pleegkinderen is volgens Annemieke erg waardevol. Ze legt uit waarom: “Voor mij het hebben van kinderen in huis en het opvoeden ervan, maar ook de ontwikkeling van Dayenne en Alisha. Je weet niet wat er was gebeurd als wij ze niet hadden opgevangen. Een veilige plek is heel belangrijk.” Wethouder Menno Roozendaal is het daar mee eens: “Ik vind het een hele waardevolle zorgvorm. Wanneer door omstandigheden een kind tijdelijk, langdurig of permanent niet bij de ouders kan wonen, is pleegzorg soms een goed alternatief. Daarmee krijgt een kind toch een gezinsleven. En zoveel als mogelijk is er dan de gelegenheid om het contact met de ouders te behouden. Waar mogelijk ook met het doel tot terugkeer bij de ouders.” Dat laatste gaat bij Alisha en Dayenne niet meer gebeuren.












