'Van verliezen kun je veel wijzer worden'

Roois nieuws
Nijnsel - Frans Sijbers (63) is een man die dicht bij zichzelf blijft. Al zijn hele leven. Dicht bij zijn eenvoudige komaf, dicht bij zijn geboortegrond in Nijnsel, dicht bij zijn eigen mogelijkheden, dicht bij zijn naasten, familie en vrienden. Maar ondanks, of misschien is het ook wel dankzij dit 'dichtbij-karakter' is Frans al veertig jaar een handelsman pur sang. Een handelsman in vee, in koeien en kalveren, die miljoenen euro's in Europa omzet. En nog steeds met vooral heel veel passie, misschien wel liefde, zijn beesten in- en verkoopt. Die begon als begin twintiger met drie kalfjes in een Renault 4 waarmee hij de Bossche veemarkt voor het eerst betrad. En die jaren later op één dag bij één klant in Polen 1800 koeien kocht, naar Nederland haalde en ze daar afzette. Om met dit voorbeeld de spectaculaire groei en omvang van zijn business aan de Nijnselse Spierkesweg te schetsen.

Het karakter van Frans verdraagt zich niet goed met publiciteit, met propaganda. Een interview met Frans over zijn handel en wandel is dan ook een lastige opgave. Frans staat niet vooraan met het strooien van populaire oneliners over zijn beroep en de commerciële aspecten ervan. Behalve als het over de liefde voor dieren gaat. Dan twinkelen zijn ogen. Als wij door zijn stallen in Nijnsel lopen, waar ruim plaats is voor 800 dieren, zegt hij met enige vertedering in zijn stem: 'hier liggen ze lekker warm in het stro. Hier komen ze niks tekort.'

Frans Sijbers komt uit een gezin van zeven kinderen dat het niet bijzonder breed had. Vader was kostwinner met een baan bij de verzekeringstak van de NCB. Lange tijd woonden ze aan de Oude Lieshoutseweg naast de oude jongensschool en later aan de Nijnseleweg totdat het huis plaats moest maken voor het viaduct. Na de lagere school, mulo in Sint-Oedenrode en middelbare detailhandelsschool in Eindhoven bleef hij twee jaar 'hangen' bij het laatste stage-adres, Verhagen in Schijndel, groothandel in goud en zilver. Maar daar verdween hij van de ene dag op de andere, omdat hij zich 'uit de naad' werkte, maar 'stank voor dank' kreeg. Frans: 'ik deed er alles, op de vrachtwagen, in het magazijn, klanten en beurzen bezoeken, maar op een dag kreeg ik 'n opmerking dat ik een paar minuten te laat was. Dat kwam zo hard bij me aan, dat ik tegen Verhagen zei: daar staat mijn auto, hier is mijn tas. Ik kom hier nooit meer terug. Daar was onze pa niet blij mee. Maar eerlijk gezegd, lag daar ook mijn hart niet. Ik wilde iets voor mezelf, ondernemer zijn, altijd al.'

Frans kende een paar vrienden in de kalverenhandel. Maar vooral Wil van der Linden, de cafetariahouder in Nijnsel, waar hij in de weekenden hielp, heeft hem de kneepjes van het vak bijgebracht. 'Toen ik bij Verhagen wegging, had ik niks. Wil van der Linden had een loods en daar mocht ik van hem een paar 'hokskes' maken om met de handel in kalveren te beginnen. Ik kreeg geld van mijn vader, ondanks dat hij mijn plan om in de veehandel te gaan niet echt kon waarderen. 'Eenmaal bezig met dieren, wist ik het zeker: ik wilde vrij zijn, met dieren omgaan en met mensen omgaan.

Na de 'hokskes' in de loods van Van der Linden huurde Frans al redelijk snel een stal in Lieshout, waar hij de verzorging van 400 vleeskalveren op zich nam voor een bepaald bedrag per week. Na de stal in Lieshout kocht hij in 1978 grond van zijn schoonvader om er aan de Spierkesweg als geheel zelfstandige een kalverstal te bouwen. Goed voor 500 kalveren en 100 runderen. Frans was toen 27 jaar. 'De negatieve twijfel bij mijn vader sloeg om in positieve trots.'

De tachtiger en negentiger jaren verliepen succesvol. Met een handel van vijfhonderd tot zevenhonderd kalveren per week bereikte hij een hoogtepunt. Vlees is een consumptief product en dus afhankelijk van het economisch getij, van crises, van dierziekten, van exportverboden. Al deze factoren maken van de veehandel een enigszins onevenwichtig en sterk fluctuerende inkomensbranche. Frans: 'Bij melkveehouders ontstond de behoefte om steeds méér melk te produceren, waardoor het luxere Maas-, Rijn- en IJsselvee in de verdrukking kwam. De Holstein-koeien deden hun intrede, typisch melkgevende koeien die méér melk geven, maar minder vlees. Deze ontwikkeling kwam niet ten goede aan de kwaliteit van de kalveren. Daardoor werd het aanbod voor de roodvleesproductie veel minder.

Via vrienden in Frankrijk vond Frans Sijbers de zogenaamde Limousin-koe. Het is een specifiek vleesras met een uitstekende constante vleeskwaliteit en een sterk groeivermogen. Dertig jaar geleden begon Sijbers met het naar Nijnsel halen van dit Franse ras. Dat deed hij met zoveel succes dat hij op een dag in 1995 bezoek kreeg van de voorzitter van Limousin Stamboek Nederland. Hij vroeg of Sijbers bereid was een specifiek Limousin-systeem voor zo'n driehonderd fokkers in Nederland op te zetten. Zijn omzet groeide met vijftig procent. Weken met een omzet van drie tot vier ton waren toen vrij normaal. 'Ik reed toen twee keer in de maand naar Frankrijk en bracht dan telkens zo'n veertig stiertjes mee.' Omzetcijfers en prijzen vertelt Frans niet uit zichzelf, je moet ze eruit trekken. Frans praat liever over de dieren zelf, over de stiertjes, de kalfjes, de verschillende gradaties erin, hun verzorging, hoe lang ze bij hun moeder blijven, over het slachtrijp zijn, over het scheren en de entingen tegen griep en wormen. Dát is de voorkeurstaal van Frans Sijbers.

Over misstanden in de veehandel wil hij al helemaal niet praten. Ja, ze zijn er, en ze zijn er zeker geweest, maken wij op uit zijn ontwijkende antwoorden. Het enige dat hij erover kwijt wil is dat 'kwaliteit uit zichzelf naar boven komt' en dat is in zijn ogen de afgelopen jaren gelukkig gebeurd. Frans praat liever over de liefde voor dieren. Resoluut is zijn antwoord dan ook op de vraag of een veehandelaar ook een dierenvriend is. 'Dat móet je zijn, kan niet anders. Diervriendelijk, daar draait het vooral de laatste jaren om, maar ik ben het altijd geweest. Vanuit Frankrijk vervoeren we niet meer dan 40 kalveren in één vrachtwagen. Man, ik zal je vertellen, dat de kalveren bij het vervoer het beter hebben dan jij in de vakantietouringcar naar Barcelona, waar je vijftien uur lang met je lange benen strak en stijf moet blijven zitten. In die vrachtwagens liggen ze lekker in het stro en als je dan de klep open doet, kijken ze je aan alsof ze je willen vragen: moeten we er nu al uit?'

Sijbers is een op en top positief ingesteld mens. Onderwerpen over misstanden in de veehandel zijn 'not done' net zoals praten over financiële tegenslagen en verliezen. Het liefst zou hij ons verbieden over deze onderwerpen te schrijven, maar zo ver gaat hij nou ook weer niet. Maar ook Frans Sijbers heeft tegenslagen en financiële tegenvallers gehad. De blauwtongziekte heeft hem vier jaar dwars gezeten. Hij mocht al die tijd geen beesten naar Polen exporteren, dat ondertussen zijn meest succesvolle afzetland was geworden. Honderden beesten stonden bij Frans in Nijnsel klaar voor vervoer naar dit land toen hij 's-morgens om half zes telefoon kreeg met de mededeling dat er niet één koe meer het land in mocht. En dan berustend: 'Zomaar een half miljoen weg. Gewoon weg!' De blauwtongziekte heeft hem in 2009 wel bijna de kop gekost. 'Maar", voegt hij er dan onmiddellijk aan toe, 'van verliezen kun je ook wijzer worden.' Inmiddels is het tij weer voor een deel ten goede gekeerd. Omdat de regels en wetten op het terrein van milieuhygiëne en diervriendelijkheid continu worden aangescherpt, besloot Frans twee jaar geleden om daar op vooruit te lopen door een compleet nieuw veehandelscentrum te bouwen.

Wat maakt iemand een goede veehandelaar, vragen we tegen het einde van ons uren durend gesprek in de 'stal' aan de Spierkesweg. 'Je moet verstand van vee hebben natuurlijk, eerlijk zijn en goed met mensen en dieren kunnen omgaan. En,' zegt hij bijna waarschuwend, 'veehandel is veel méér dan kopen en verkopen, hè. Vergis je niet. Het is geen eenmalige handel. Het is ook voorlichting geven, meerwaarde toevoegen, adviseren over de huisvesting van dieren, voederadviezen geven aan mesters en fokkers. Daarom kijken we ook steeds meer met hen mee. In groter Limousin-verband hebben we hiervoor al verschillende projecten mede op touw gezet. Op dit moment zijn we bezig met het promoten van natuurvlees, waaraan ook enkele winkelketens meedoen. De consument reageert heel positief op natuurvlees. Het vlees komt rechtstreeks uit de natuur en is goedkoper dan biologisch vlees. Wat is er nog mooier dan een dier- en milieuvriendelijke productie?' Sijbers is een van de Limousins-leveranciers voor het natuurvlees. 'Dat vergt een hoop werk en een goede organisatie, want dan praat je over een vaste aanvoer per week van vijftig dieren.'

Aan het slot van ons gesprek informeren we nog naar de aantrekkelijke kanten van het vak van veehandelaar? 'Met dieren en met mensen omgaan', is telkens het terugkerend thema van Sijbers, eraan toevoegend: 'het is ontzettend afwisselend, niet één dag is hetzelfde, je bent steeds onderweg, veel de natuur in, mensen ontmoeten. Met dieren omgaan is een beroep, jazeker, en voor mij oók nog een hobby. Wat wil ik nog meer?'