De Politiek Dichterbij: Bert Ernest

Roois nieuws
In de rubriek “Politiek Dichterbij” geeft DeMooiRooiKrant maandelijks een raadslid de kans zich aan de lezers te presenteren.

Deze maand: Raadslid Bert Ernest

* Leeftijd: 62 jaar
* Geboren: Best
* Woont 5 jaar in Rooi (appartement Sluisplein 25)
* Burg. Staat: Gehuwd met Helen
* Kinderen: 2 zonen,1 kleindochter
* Opleiding: HBS en diverse vakopleidingen
* Voorheen: Beambte GAK Helmond (AAW voorzieningen)
* Nu: Wegens arbeidsongeschiktheid in WIA
* Raadslid voor: DGS/BVT-Rooi (eerste periode)
* Hobby’s: Vissen, fotograferen en voetbal
* Uitspraak: “Als het in Rooi niet kan, kan het nergens”


Ruim een halve eeuw Bestenaar, nu 5 jaar Rooienaar. Schets het verschil eens Bert.
“Wat me 5 jaar geleden al meteen opviel: Er heerst hier in Rooi een andersoortige mentaliteit. Dat uit zich vooral in “het zelf doen.” We leunen hier niet op een grote stad. Rooienaren zijn onafhankelijke, harde werkers. We komen op voor onszelf. En dan het sterke verenigingsleven hier! Best is toch meer een forenzengemeente, waar alles wat afstandelijker is. Rooienaren zijn erg betrokken mensen. Een groot verschil vormt ook het aantrekkelijke, verbindende centrum. Zo’n uitnodigend marktplein vind je niet in de buurgemeenten Best, Son of Veghel.”

In Best was je niet bestuurlijk actief. Daarin kwam een kentering.
“Nee, ik had in Best geen bestuurlijke functies. Baan, jong gezin, afijn je kent dat wel. Ik was wel actief in het verenigingsleven, onder meer als voetbalcoach.
Meteen toen ik in Rooi kwam wonen, wilde ik zoveel mogelijk mensen leren kennen. Ik kwam bij Rhode, ontmoette bekende Rooienaren zoals Will van Gerwen, Bas van Turnhout, Erik Huijbregts en wijlen Coes van der Coelen. Dan gaat het snel en rol je van het een in het ander. Zo deed ik wat administratie voor DeMooiRooiKrant, ben ik enkele jaren bestuurslid geweest in de Oranjevereniging en werd ik bij Rhode jeugdscheidsrechter. Ik raakte, mede door al die contacten, ook geïnteresseerd in de Rooise politiek.”

Sterker nog, mijn indruk is dat je tijdens de vorige raadsperiode meer op de tribune zat dan menig raadslid in de raadszaal.
“Klopt eigenlijk wel. Ik volgde nagenoeg alle raads- en commissievergaderingen. Zo wist ik bij mijn kandidaatstelling wat er op me af ging komen. Kijk, ik heb een mateloze interesse in de mensen en hun leefomgeving. Ik wil echt wat voor de wereld betekenen. In mijn werk bij het GAK kon ik mensen adviseren en vooruit helpen. Dat wil ik in Rooi vanuit de politiek voortzetten.”

Je glundert terwijl je dit allemaal vertelt…
“Het gaat niet om mezelf. Zo heb ik geen ambitie om bijv. wethouder te worden. In de politiek kan en zal ik dus steeds vrijuit spreken. Omdat ik onder de WIA val (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) moet ik 70% van mijn raadsvergoeding inleveren, maar ook zonder vergoeding zou ik raadslid blijven. Ik wil me in dit werk breed oriënteren, praat graag met de mensen en merk - als toegevoegde waarde - dat mijn leven er door verrijkt wordt. Politiek maakt me een gelukkiger mens.”

En dit terwijl het vertrouwen in de politiek alom zienderogen af lijkt te nemen.
“Helaas, door de vele negatieve berichten brokkelt het vertrouwen af. Bestuurders, die niet integer zijn, interne partijruzies, afsplitsingen. Dit weerhoudt mij allerminst om politiek te bedrijven.
Als je er niets aan doet, dan gebeurt er ook niets. In de politiek kan ik mijn ideeën profileren. Soms moet je lang wachten op resultaten. Als de kiezers zien dat je niet voor jezelf bezig bent, maar dat je jezelf echt inzet voor het wel en wee van de mensen, dat je van daaruit betrokken bent, dan groeit het vertrouwen. Daar ben ik van overtuigd.”

Je weet ook of zaken in de praktijk goed functioneren. Neem als voorbeeld de zorg.
“De beleidsstukken en de regels zijn me wel bekend. In de WMO raad, waar ik deel van uit maak, sta ik in contact met diverse geledingen zoals KBO, ouderenadviseurs en Brabantzorg. Er zijn in theorie goede programma’s en beleidsregels gemaakt. De vraag is: Hoe wordt er in de praktijk mee omgegaan? Dat wil ik als volksvertegenwoordiger weten en ik ben dan ook echt van plan steekproefsgewijs te polsen naar de effecten. Het gaat immers om onze Rooise mensen. Neem ter illustratie de keukentafelgesprekken. Deze moeten echt laagdrempelig en positief gehouden worden. Zo mag het niet voorkomen dat er bij binnenkomst al gezegd wordt: “Beste mensen jullie hebben zeker al gehoord dat er bezuinigd moet worden…”

Mooie gedachten. Ga er eens wat verder op in.
“Op symposia en congressen houden de deskundigen maar al te graag prachtige betogen. Maar de cliënten met hun problemen ontbreken daar. Pak de Jeugdzorg: Je kunt zoveel beter werken aan oplossingen als zowel de ouders als de probleemkinderen aanwezig zijn en betrokken worden in de discussie. Wethouder Hendriks heeft dit onlangs goed opgepakt en heeft een dergelijke bijeenkomst- na een tip mijnerzijds- tot haar volle tevredenheid bezocht.”

Noem tot slot eens wat zaken uit je eerste half jaar, waar je met genoegen op terug kijkt.
“We hebben nu een College met daadkracht en visie op de toekomst. Kleine irritaties van inwoners worden zoveel als mogelijk weggenomen. Raad en College houden van aanpakken! Mooi voorbeeld: Onze rol in Agrifood Capital. Op het gebied van voeding, gezondheid en duurzaamheid worden kansen geboden, die leiden ook voor Rooi tot meer werkgelegenheid. Tweede voorbeeld: Er wordt gewerkt aan een gedegen structurele oplossing voor de sportvelden. Derde voorbeeld: Ik zie dat mijn mederaadsleden erg betrokken zijn. Op een recente bijeenkomst van het centrummanagement waren vrijwel alle raadsleden aanwezig, terwijl in de verkiezingsprogramma’s weinig verwoord stond over het centrum.”

En wat de fusie betreft…
“Ook hier ben ik positief. We zijn straks dan wel de kleinste partner, maar de praktijk leert dat in het grote geheel de kleine kernen vaak het beste uit de verf komen. De eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen zijn wel van uitermate groot belang. Er dient een goede Rooise afvaardiging te komen.
Ik sta te popelen om er nog een periode aan vast te koppelen.”

Mooiste plek voor de foto.
“De fotoplek kan ik vanuit onze woonkamer aanwijzen. Daar in die bocht van de Dommel zit ik vaak al vroeg in de morgen te vissen. Door Plan Dotterbloem is de kwaliteit van dit gebied enorm verhoogd. We zien hier nu een variëteit aan vissoorten. Niet alleen de bekende vissoorten als karper, snoek en brasem komen er voor, maar zelfs het bittervoorntje. Mensen van het Waterschap vertelden me dat deze kleurrijke visjes alleen in schoon water gedijen. Hier aan de waterkant denk ik ook na over Rooise politieke vraagstukken. Over wat ik ga zeggen in de partij en in de raadzaal.”