
Twee juffen, samen een halve eeuw onderwijservaring
OnderwijsSint-Oedenrode - Wie door de gangen van de Odaschool in Sint-Oedenrode loopt, komt ze bijna vanzelf tegen: twee juffen met kort haar, een bril, een vrolijke lach en een blik van verstandhouding. Petrie Vervoort en Mirjam van den Elsen. Al jaren staan ze samen voor de klas en binnenkort vieren ze allebei een bijzonder jubileum: 25 jaar actief in het basisonderwijs. “We dragen dezelfde bril en hetzelfde kapsel, we vormen een mooi duo,” lachen ze.
Door: Caroline van der Linden
Op het eerste gezicht hadden ze niet zo veel met elkaar gemeen, die twee jonge studenten op de Pabo in de jaren negentig. Mirjam kwam van de havo, Petrie van het mbo. Ze zaten wel in dezelfde klas, maar bleven allebei trouw aan hun eigen vriendinnenclubje. “We kenden elkaar van gezicht, maar verder hield het wel op,” vertelt Mirjam. Toch studeerden ze in hetzelfde jaar af: 2000.
Daarna scheidden hun wegen. Mirjam solliciteerde meteen op de Odaschool. “Ik wilde per se bij de kleuters, en hier was plek. Dus ben ik begonnen bij de allerkleinsten. Tien jaar lang.” Petrie vond haar plek in Oss. Ze werkte er elf jaar op verschillende scholen, in een tijd dat er op iedere vacature wel honderd sollicitanten afkwamen. “Het was echt geluk als je een brief terugkreeg.” Pas later kwam ook zij naar Sint-Oedenrode.
Samen sterk voor de klas
Sinds een jaar of acht zijn ze onafscheidelijk. Eerst samen in groep vijf, nu alweer jaren in groep drie. En dat gaat opvallend soepel. “We hoeven eigenlijk niks af te spreken,” zegt Petrie. “Met één blik weten we van elkaar wat we bedoelen.” Mirjam knikt: “Als een oudergesprek spannend wordt en de een zit net even vol in het hoofd, dan neemt de ander het over. Zonder woorden. Dat gaat vanzelf.”
Hun manier van werken sluit naadloos op elkaar aan. Strak in de structuur en regels, maar tegelijk warm en open. “Kinderen merken dat. Ze weten: wat bij juf Petrie mag, mag bij juf Mirjam ook, en andersom. Dat geeft rust.” Zelf kunnen ze er vaak ook om lachen. “Dan staat er weer een kind voor ons: ‘Welke van de twee ben jij ook alweer?’”
Een vak dat nooit hetzelfde blijft
Als je een kwart eeuw voor de klas staat, zie je veel veranderen. Van het krijtbord naar het digibord, van rapporten met cijfers naar uitgebreide verslagen vol foto’s en observaties. “De administratie is toegenomen,” zegt Mirjam. “Maar ook weer makkelijker geworden door de computer. Het is gewoon anders.”
Wat hen vooral opvalt, is de manier waarop naar kinderen gekeken wordt. “Vroeger bepaalde de juf of meester wat er in een rapport stond. Tegenwoordig kijk je samen met het kind en ouders naar ontwikkeling. Het is breder, persoonlijker.”
Ook de maatschappij verandert. Thuissituaties zijn anders, kinderen groeien op met digitale hulpmiddelen en alles gaat sneller. “Je moet als leerkracht zorgen dat je lessen boeien, anders ben je ze kwijt,” zegt Petrie. Gelukkig helpt hun eigen enthousiasme daarbij. “Hoe meer plezier wij hebben, hoe meer plezier de kinderen hebben. Dat werkt aanstekelijk.”
Herinneringen om te koesteren
Een feestweek, een jubileum, een bijzondere opmerking van een leerling, in 25 jaar verzamel je herinneringen genoeg. Soms zijn de opmerkingen van kinderen zo origineel dat je ze nooit meer vergeet. Mirjam herinnert zich een les rond de letter S in groep twee. “We tekenden allemaal dingen die met de S begonnen: een slang, een sok… en toen riep een leerling: juf, teken ook zund! Ik vroeg nog: wat is dat dan? Nou, zei hij bloedserieus: als papa schoenen weggooit, dan gaan ze de kliko in, en dát is ‘zund’. Dus moest ik een kliko met schoenen tekenen. Geweldig toch?”
Het zijn die kleine momenten die het vak zo mooi maken. Een onverwacht grapje van een leerling, een creatieve oplossing die een kind zelf bedenkt of een gesprek dat zomaar ineens heel waardevol wordt. “Kinderen zijn zó open en eerlijk,” zegt Mirjam. “Soms verrassen ze je met een opmerking die je de hele dag bijblijft. Of ze laten je lachen om iets waar je zelf nooit op gekomen zou zijn. Dat maakt het heerlijk om voor de klas te staan.”
Petrie blikt terug op het 100-jarig bestaan van de Odaschool, een paar jaar geleden. “Ik heb hier zelf als kind ook op school gezeten, dus dat voelde extra bijzonder. Samen met collega’s en ouders hebben we er toen een prachtig feest van gemaakt. Dat saamhorigheidsgevoel, dat is typisch Oda.”
Mirjam noemt ook de verbouwing van het gebouw nog, ruim twintig jaar geleden. “Toen hebben we een hele feestweek gehad, met collega’s en ouders. Iedereen deed mee. Het liet zien wat voor team we zijn: samen de schouders eronder.”
Viering mét verrassing
Op 12 september is het zover: dan vieren Petrie en Mirjam hun gezamenlijke jubileum. Natuurlijk samen met hun leerlingen en collega’s. Met een rondleiding bij de Dommel, springkussens en een gezellige lunch voor de kinderen. En ’s avonds? Dan draaien ze de rollen om. “Onze collega’s dachten vast dat ze ons voor de gek konden houden. Maar wij zijn ze voor en hebben zelf een quiz georganiseerd. Dat wordt lachen!”
De blik vooruit
Hoe de toekomst eruitziet, weten ze niet precies. Kunstmatige intelligentie, digitale hulpmiddelen, het zal vast allemaal een rol gaan spelen. “Misschien worden we ooit gewoon weggeswiped door een robotjuf,” grapt Mirjam. “Maar de kern blijft hetzelfde: kinderen laten leren, groeien en plezier laten maken. Rekenen, lezen en schrijven, dat blijft. De rest verandert, alleen in een ander jasje.”
En of ze zelf ooit de eindstreep van hun carrière halen met dezelfde energie? “Dat hopen we,” zegt Petrie. “We zien hier collega’s die aftellen naar hun pensioen, maar ook mensen die nog jaren door hadden gekund. Als wij maar plezier houden, dan redden we het wel.”
Een halve eeuw plezier
Voorlopig zijn ze nog lang niet uitgekeken op hun vak. Met dezelfde korte coupe, dezelfde bril en hetzelfde plezier in de ogen. Twee juffen, samen goed voor een halve eeuw ervaring. “We zouden niet weten wat we anders zouden moeten doen,” zeggen ze eensgezind. En zo klinkt het bijna alsof ze het afgesproken hebben. Maar dat hoeft niet, één blik is voldoende.















