
Het hospice door de ogen van Guus
Guus Kempe weet dat Hospice Dommelrode zijn laatste verblijfplaats is. Juist vanuit die realiteit wil hij zijn verhaal vertellen. Niet om stil te staan bij het einde, maar om zichtbaar te maken wat er binnen de muren van het hospice gebeurt. Een beladen, krachtig en persoonlijk verhaal, verteld door de ogen van Guus. De afgelopen week kreeg ik de kans om met hem mee te kijken. Een persoonlijk en indringend inkijkje, waarin één ding steeds terugkomt: zijn diepe waardering voor de vrijwilligers. De energie die hij in dit verhaal steekt, is bewonderenswaardig en ontroerend tegelijk. Want zijn drijfveer is helder: laten zien wat zij betekenen, elke dag weer.
Door: Nienke Habraken
Guus kwam samen met zijn zoon de redactie van DeMooiRooiKrant binnen. Geen onbekend gezicht, want via mannenkoor De Dommelklanken, waar hij al jaren de krant bezorgt, kwam hij hier vaker over de vloer. Altijd in voor een praatje, vaak met een vleugje humor en steevast afgesloten met een warme chocomelk. “Ik voel me veilig bij jullie,” vertelde hij open. Wat volgde was geen gewoon gesprek, maar een duidelijke wens. Hij wilde iets doen voor de vrijwilligers van het hospice. Geen klein stukje of een standaard bedankje, maar een verhaal dat mensen écht raakt. “Het moet iets zijn wat blijft hangen,” gaf hij aan.
Zijn overtuigingskracht was groot. In overleg met coördinator Ingrid Gevers van Hospice Dommelrode werd al snel besloten om het verhaal stap voor stap op te bouwen. Geen momentopname, maar een inkijk over meerdere momenten. Van dichtbij, met respect voor alles wat daar gebeurt.
Op zaterdagmiddag bel ik aan voor de eerste afspraak. Een kennismaking, niet zozeer met Guus (hem ken ik namelijk al), maar met het hospice zelf. Ik heb er namelijk nog nooit een stap binnengezet. Enigszins gespannen ga ik erheen. Wat voor sfeer hangt er? Hoe ziet het eruit? Wat kan ik verwachten? Eerlijk is eerlijk: ik had mijn vooroordelen. Ik verwachtte een plek met een zware lading. Een omgeving waar mensen wachten op hun laatste momenten. Ik kon me niet voorstellen hoe dat zou zijn. Hangt er verdriet in de lucht? En hoe gaan de vrijwilligers daarmee om? Is dat niet ontzettend zwaar? Kortom: veel vragen, veel onwetendheid en toch ook spanning.
De ontvangst is warm. De ruimte licht, fris en rustig. Er hangt een sfeer die moeilijk te omschrijven is, maar die vooral niet zwaar voelt. Eerder vredig. Op een bijna verrassende manier zelfs opbeurend. Geen klinische gangen, geen afstandelijke sfeer, maar een plek waar het leven – in al zijn kwetsbaarheid – nog voelbaar aanwezig is.
Guus verblijft in een ruime kamer, met uitzicht op de tuin en een eigen terras. Wanneer het bezoek afscheid neemt, ontstaat er ruimte voor een gesprek. Guus is duidelijk in wat hij wil. “Het is míjn verhaal, hoe ik het ervaar,” zegt hij nadrukkelijk. En dat verhaal begint bij een realiteit waar hij zich volledig van bewust is. Hij weet dat dit zijn laatste verblijfplaats is. “Dan zit je hier… en weet je: dit is mijn laatste plek,” zegt hij open.
Hij kwam in het hospice terecht omdat thuis wonen niet langer verantwoord was. Zijn ziekte maakte hem afhankelijk van zorg en alleen zijn was geen optie meer. Via de huisarts kwam hij op de wachtlijst terecht en niet veel later volgde het bericht dat er plek was. Zijn kamer laat zien dat hij samen met zijn familie een fijne plek heeft gecreëerd. Foto’s, een radio, maar vooral de agenda aan de muur valt op. Daarin houdt Guus zijn planning bij, die hij dagelijks doorspreekt met de vrijwilligers.
Wat hem na zijn aankomst het meest raakte, was niet alleen de zorg, maar vooral de mensen. De vrijwilligers die er dag in, dag uit zijn. “De inzet, de aandacht… dat moet je zelf ervaren om het echt te begrijpen.”
We hebben een fijn gesprek. Guus is een man met humor en een scherpe, eigenzinnige blik op het leven. Hij stelt zich kwetsbaar op en dat verdient grote waardering. Hij neemt me mee in zijn eerste ervaringen in het hospice: weinig slaap, veel piekeren. “Ik ben me erg bewust dat dit mijn laatste plek is,” zegt hij. Dat is confronterend. “Dat speelt hier,” zegt hij terwijl hij naar zijn hoofd wijst, “continu rond.” Dan wijst hij naar buiten, richting de tuin waar de kippen rondlopen. “Dat zijn de weinige levende wezens die ik nog zie, tot het einde,” zegt hij. De opmerking wordt gebracht met een vleugje humor, maar draagt tegelijkertijd een ondertoon van realiteit. Het is precies die combinatie die hem typeert.
Na een tijd praten, over lichte en zware onderwerpen door elkaar, spreken we af dat ik maandag terugkom. Dan nemen we rustig de tijd om verder te praten.
Als ik maandag aanbel, word ik al verwacht door de vrijwilligers. Net zo hartelijk als zaterdag. Ik schuif weer aan bij Guus. Op dat moment komt vrijwilligster Gerrie zijn smoothie brengen. “Ik ben 76 en heb vorige week voor het eerst een smoothie gegeten. Je bent nooit te oud voor nieuwe dingen,” knipoogt hij. Hij geeft Gerrie een schouderklopje. “Precies hierom wilde ik je uitnodigen,” zegt hij tegen mij.
De vrijwilligers staan altijd voor hem klaar en ook voor zijn bezoek. Bij binnenkomst krijgt iedereen iets te drinken aangeboden. Ze verzorgen zijn eten en zijn er wanneer dat nodig is. Het zijn die kleine momenten die voor hem het verschil maken. Een praatje wanneer het even tegenzit. Iemand die zonder woorden aanvoelt dat het nodig is. Even zitten, luisteren, er zijn.
Guus is zich bewust van zijn laatste verblijfplaats, maar ook van zijn afhankelijkheid. Dat hakt er soms in. “Ik zat er laatst doorheen,” vertelt hij. “Dan komt er iemand binnen, pakt een stoel en zegt: zullen we even praten?” Dat is precies wat hij wil laten zien. Dat een hospice niet alleen een plek van afscheid is, maar ook van aandacht, warmte en menselijkheid.
Hij is graag onder de mensen en zoekt bewust de gezelligheid op. Daarom eet hij zo vaak mogelijk in de open keuken van het hospice, samen met de vrijwilligers. Het is voor hem meer dan alleen een maaltijd; het zijn momenten van contact, van even niet alleen zijn. Tussen het eten door wordt er gepraat, gelachen en soms ook gewoon even stil samen gezeten. Juist die alledaagse momenten geven hem een gevoel van normaliteit in een situatie die allesbehalve gewoon is. “Het eten smaakt toch lekkerder als je het samen eet,” zegt hij.
Guus wil de vrijwilligers op een voetstuk plaatsen. Niet met grote woorden, maar door te laten zien wat zij iedere dag betekenen. “Daar gaat het mij om,” zegt hij. Binnen het hospice draait alles om een bijzondere samenwerking tussen BrabantZorg, de Rooise huisartsen en de vrijwilligers. Drie schakels die naadloos op elkaar aansluiten en stuk voor stuk onmisbaar zijn.
In de ruime, lichte keuken – het hart van het hospice – schuif ik aan bij twee vrijwilligers die dienst hebben. Hier komen mensen samen, wordt koffie gedronken, overgedragen, gelachen en soms ook stilgestaan. Buiten zie ik een groep vrijwilligers die de tuin onder handen neemt. Gerrie en Yvonne zitten tegenover me. Twee vrouwen die op het eerste gezicht ‘gewoon’ vrijwilligers lijken, maar al snel blijkt dat hun rol veel verder gaat dan dat. Yvonne is er al vanaf het begin bij. Meer dan tien jaar geleden stapte ze voor het eerst binnen. Ze lijkt gemaakt voor dit werk. Met zichtbaar respect en toewijding vertelt ze over haar rol. “Ik kom uit het kappersvak,” zegt ze. “Maar daar luister je ook. Mensen vertellen hun verhaal. Dat zit toch in je.” Toch had ze in het begin haar twijfels. “Je denkt: kan ik dit wel? Is het niet te zwaar?” zegt ze eerlijk. Ze glimlacht. “Maar vanaf de eerste dag voelde het goed. De mensen zijn zo dankbaar. Dat raakt je.” Gerrie schuift iets naar voren. Zij is inmiddels vijf jaar vrijwilliger. “Voor mij was het ook iets totaal nieuws,” vertelt ze. “Ik had geen achtergrond in de zorg, dus je vraagt je af of je het wel kunt.” Ze denkt even na. “Maar uiteindelijk merk je dat het niet draait om medische kennis. Het gaat om aandacht. Om er zijn voor iemand. En dat leer je gaandeweg.”
Het klinkt simpel, maar dat is het niet. Hoe ga je om met iemand die weet dat hij gaat overlijden? Wat zeg je wel, en wat juist niet? Wanneer praat je en wanneer is stilte genoeg? De twee vrijwilligers zijn het erover eens: “Dat zit wel een beetje in je. En je krijgt er begeleiding in. Je leert ook van elkaar. Bovendien is ieder mens anders. Er is geen vaste aanpak.” “De één wil praten over het einde,” vervolgt Gerrie. “De ander absoluut niet. En dat is allebei goed.” Yvonne vult aan: “Je voelt het meteen als je een kamer binnenloopt. Heeft iemand behoefte aan een praatje? Of juist niet? Soms ga je gewoon even zitten, zonder iets te zeggen.” Gerrie kijkt naar buiten. “En soms zeg je gewoon: we maken er vandaag nog iets moois van.”
Wat opvalt, is dat het beeld dat veel mensen hebben van een hospice niet overeenkomt met wat zij ervaren. “Mensen denken dat het hier zwaar is,” zegt Gerrie. “Maar dat valt mee. Echt.” Yvonne knikt. “Er is verdriet, natuurlijk. Maar er is ook zoveel moois.” Ze vertellen over bewoners die samen buiten zitten, families die nog herinneringen maken, kleine geluksmomenten. Herinneringen die vaak licht, warm en soms zelfs humoristisch zijn. Dankbaarheid overheerst. “Als iemand zich hier fijn voelt,” zegt Yvonne, “dan heb je het goed gedaan.”
"| “Als iemand zich hier fijn voelt, dan heb je het goed gedaan
Natuurlijk zijn er momenten die binnenkomen. “Sommige mensen neem je mee naar huis,” zegt Gerrie. “In je hoofd dan.” Toch breekt het hen niet. “Je groeit erin,” zegt ze. “En je doet het samen.” Dat ‘samen’ is essentieel. Vrijwilligers praten met elkaar, delen ervaringen en vangen elkaar op. “Je staat er nooit alleen voor,” zegt Yvonne. Misschien is dat wel de kracht van het hospice. Niet alleen voor bewoners en familie, maar ook voor de mensen die er werken.
“Hier mag eigenlijk alles wat thuis ook kan,” zegt Yvonne. Bezoek is altijd welkom, eetwensen worden vervuld en kamers mogen persoonlijk worden ingericht. Zolang het anderen niet belast, is er veel mogelijk. Die vrijheid wordt mede mogelijk gemaakt door de samenwerking met BrabantZorg. Zij verzorgen het medische gedeelte. Meerdere keren per dag komt de thuiszorg langs en ’s nachts is er altijd iemand aanwezig. De vrijwilligers zijn er van ’s ochtends vroeg tot laat in de avond en vervullen verschillende rollen: gastvrouw, ondersteuning, en vooral: er zijn. “De bewoners staan altijd op één,” zeggen ze.
Ze geven moeiteloos antwoord op mijn ongestelde vraag. Waarom zou je als vrijwilliger dit werk kiezen? Ook dat was een vraag die door mijn hoofd spookte. Yvonne en Gerrie hoef ik deze vraag niet te stellen. In hun verhalen schuilt het antwoord. Van betekenis zijn. Het is mooi, dankbaar en onmisbaar werk. Ze zijn van grote betekenis. Want wat er gebeurt in Hospice Dommelrode, is rauw en eerlijk. Maar ook warm. Menselijk. Echt. Het is een locatie waar mensen hun leven afsluiten.
Wanneer de fotograaf arriveert, kloppen we weer bij Guus aan. Ik vertel hem over mijn gesprek met Gerrie en Yvonne. Dat stelt hem zichtbaar tevreden. We gaan aan de slag met de foto’s en daarvoor staan de dames met alle liefde model. Ook dat doen ze voor Guus en het hospice. We beginnen in zijn kamer. Nadat daar de eerste beelden zijn gemaakt, verplaatsen we ons naar de woonkamer. Yvonne begeleidt Guus stap voor stap met de rollator die kant op. Na de foto’s in de woonkamer wil Guus ook nog graag naar de kippen; de dieren die hij iedere dag ziet, zowel voor het slapengaan als bij het wakker worden. Yvonne en Gerrie helpen hem vervolgens in de rolstoel. Het is nauwelijks voor te stellen dat ze geen achtergrond in de zorg hebben; geduldig, liefdevol en professioneel staan ze hem bij.
Guus wil dat alles klopt en zet zich daar volledig voor in. Dat kost hem zichtbaar energie, maar toch blijft hij doorgaan. Zijn inzet is hartverwarmend. Alles wat hij doet, doet hij met één doel: ‘zijn’ vrijwilligers in het zonnetje zetten. De kracht en vastberadenheid die hij daarin laat zien, raakt me.
Na dit inkijkje in Hospice Dommelrode begrijp ik zijn wens om dit verhaal te delen. Het hospice is een bijzondere plek. Niet alleen vanwege de mooie ruimtes – de kamers, de woonkamer, de keuken en de tuin – maar vooral door wat er binnen gebeurt. De tederheid, de aandacht, de rust en de oprechte betrokkenheid laten zich eigenlijk nauwelijks in woorden vangen.
Juist daarin schuilt de grootste kracht: de vrijwilligers die dit alles als ‘normaal’ zien, terwijl het dat in werkelijkheid allesbehalve is.
Met dit verhaal blijft vooral één gevoel hangen: dankbaarheid. Dankbaarheid richting Guus, die de moed heeft om zijn verhaal te delen in een periode die allesbehalve eenvoudig is. Het is allesbehalve vanzelfsprekend om zo dichtbij te mogen komen in een fase van het leven die zo kwetsbaar en intens is. Dankbaarheid voor zijn familie, voor het vertrouwen, en voor de vrijwilligers van Hospice Dommelrode, die dag in, dag uit laten zien wat echte aandacht betekent. Het is bijzonder om als buitenstaander mee te mogen kijken in zo’n persoonlijke wereld. Een wereld waarin afscheid en leven hand in hand gaan, en waarin kleine gebaren van onschatbare waarde zijn. Dat dit verhaal verteld mocht worden, is iets om stil bij te staan.


