
Menno Roozendaal zet na twaalf jaar een punt achter het wethouderschap
Na twaalf jaar neemt wethouder Menno Roozendaal afscheid van de lokale politiek, althans voorlopig. Daarmee eindigt een periode waarin hij uitgroeide tot een vertrouwd en geliefd gezicht binnen het gemeentebestuur.
Door: Ties van Dooren
U bent twaalf jaar wethouder geweest. Had de kleine Menno dat ooit kunnen bevroeden?
(Lachend): De kleine Menno wist niet eens wat een wethouder was. Dus nee. Ik ben van nature maatschappelijk betrokken en mijn interesse in politiek ontstond rond mijn zestiende. Dat werd versterkt door de aanslagen van 9/11, de moord op Pim Fortuyn en de politieke verschuivingen daarna. Toen ben ik lid geworden van de PvdA. Mijn vader werd in de jaren 90 raadslid en in 2002 wethouder in Schijndel. Dat kan niet los worden gezien van mijn interesse in de politiek en het wethouderschap, maar het was niet zo dat ik vroeger als klein kind graag wethouder wilde worden. Liever profvoetballer, al had ik snel door dat dat niet heel realistisch was.
U volgde uw vader op als PvdA-wethouder in Schijndel. Was dat niet spannend?
De partij vroeg mij als lijsttrekker en kandidaat-wethouder. Ze wilden een vernieuwings- en verjongingsslag doorvoeren en kwamen zo bij mij uit. Dat zag ik wel zitten. Na de verkiezingen kwam de vraag of ik wethouder wilde worden. Mijn vader stond bekend als een goede wethouder en ik keek echt tegen hem op. Je bent toch ‘de zoon van’ en ook nog onervaren. Dat maakte het spannend om hem op te volgen.
Was het een voordeel dat u kon beginnen in een relatief kleine gemeente?
Daar heb ik wel een beetje geluk mee gehad. Schijndel was een warme, veilige en politiek rustige gemeente, met Jetty Eugster als fijne burgemeester.
Bovendien was de fusie-trein al gaan rijden, waardoor er geen grote nieuwe projecten meer werden opgepakt. Het was overzichtelijk.
Hoe was het om twaalf jaar wethouder te zijn?
De tijd is voorbijgevlogen. Het voelt vreemd dat het straks voorbij is. Ik vind het lastig om me voor te stellen hoe mijn leven er dan uitziet. In die twaalf jaar ben ik vergroeid met het wethouderschap en heb ik er enorm van genoten. Iets kunnen betekenen voor de gemeente en haar inwoners gaf veel voldoening. Het is echt een voorrecht geweest.
Als wethouder heb je het geluk om bijzondere mensen te ontmoeten en aanwezig te mogen zijn bij speciale en feestelijke momenten, denk aan de herdenking rond Market Garden, het ontmoeten van koningin Máxima en een kijkje achter de schermen bij Paaspop of Fabriek Magnifique.
Maakt dat het werk ook leuk?
Absoluut, maar mijn drijfveer zit in het realiseren van inhoudelijke plannen waarvan je later de resultaten ziet. Dat ik dan tegen mezelf kan zeggen: ‘Goed gedaan’. Dat is het allermooiste.
Wat zijn de mindere kanten aan het wethouderschap?
De werktijden kunnen vrij onregelmatig zijn. Er zijn weken geweest dat ik drie dagen op rij om zes uur binnenviel, snel at en weer vertrok. Dat kondig je van tevoren aan, maar thuis moeten ze er wel mee omgaan. Gelukkig heb ik altijd veel steun gekregen, al sloeg de balans wel eens door. Verder zijn sommige negatieve reacties, vooral online, niet leuk om te lezen. Die kunnen behoorlijk ver gaan. Als iemand schrijft dat ‘mijn partij van de aardbodem moet worden geveegd’, is dat niet prettig om te lezen. Maar blijkbaar hoort het er tegenwoordig bij…
Als wethouder ligt u onder een vergrootglas en staat u vaak in het middelpunt van de belangstelling. Is dat iets wat u graag doet?
Het is nooit echt mijn ding geweest, maar ik ben er wel beter in geworden. Soms is het leuk en ik ben ook niet podiumschuw, maar ik treed niet snel uit mezelf op de voorgrond.
Gaat u het stiekem niet missen?
Missen niet, maar het is wel wennen. Tijdens de uitslagenavond van de verkiezingen werd ik voorheen voortdurend aangesproken door collega's en journalisten. Nu liep iedereen me voorbij. Niemand vroeg iets. Dat was wel even een realisatiemomentje.
Waarom heeft u besloten om een stapje terug te doen?
Ik vind dat politici niet té lang moet blijven zitten. Je hebt een houdbaarheidsdatum. Als je wel té lang blijft zitten, dan bestaat het risico dat je minder openstaat voor veranderingen en vernieuwingen, omdat die bijvoorbeeld ingaan tegen een koers die je zelf ooit hebt ingezet. In die situatie wil ik niet terechtkomen. Het is goed om ruimte te maken voor nieuwe mensen.
U wordt geprezen door collega-wethouders, raadsleden en mensen uit het werkveld. Hoe komt dat?
Goede vraag… Ik heb altijd geprobeerd toegankelijk, betrokken en geïnteresseerd te zijn. Daarnaast is goed luisteren essentieel als wethouder. Blijkbaar is dat vrij aardig gelukt.
Met het verdwijnen van GroenLinks-PvdA dreigt het linkse geluid in de coalitie naar de achtergrond te verschuiven.
Zorgen is een groot woord, maar het wordt wel spannend. Ik hoop natuurlijk van niet, maar het is een feit dat er een fractie met een links-progressieve signatuur wegvalt en daar met Lokaal een conservatief-rechtse fractie voor in de plaatst komt. Welke inhoudelijke veranderingen dat met zich meebrengt, is afwachten. Tegelijkertijd heeft Lokaal in de vorige raadsperiode in 80 tot 90 procent van onze voorstellen meegestemd. Het roer zal dus niet ineens 180 graden om gaan. Tot slot heb ik veel vertrouwen in Rik Compagne. Hij blijft zorgen voor het sociale geluid.
Weet u al wat u nu gaat doen?
Ik ben me aan het oriënteren, maar heb geen haast. Eerst wil ik het wethouderschap in alle rust loslaten. Waarschijnlijk een bestuurlijke rol in de welzijns- of cultuursector, of ik ga weer aan de slag bij eenadviesbureau. Maar eerst ga ik lekker op vakantie.
Is dit een definitief afscheid van de politiek of een voorlopig einde?
Een voorlopig einde. Het kan zomaar zijn dat ik ooit weer terugkeer in de politiek, maar op dit moment heb ik me niet bij een andere gemeente gemeld. Het ligt dus niet voor de hand dat mijn volgende functie in de politiek zal zijn.
