Ger tijdens de plantjesactie in de Bloemenwijk in Schijndel.
Ger tijdens de plantjesactie in de Bloemenwijk in Schijndel.

Afscheid na 45 jaar dienst: “Dit was het mooiste beroep dat ik had kunnen kiezen”

Human Interest

Sint-Oedenrode - Na 45 jaar in uniform stopt Ger Roumen (64) met zijn werk bij de politie. Een loopbaan die begon bij de rijkspolitie en eindigde bij de nationale politie, met talloze reorganisaties, standplaatsen en functies daartussenin. Maar wie met hem praat, hoort geen verhalen over rangen of regels, wel over mensen. Over contact. Over helpen. Over er zijn op momenten dat het ertoe doet. Zijn afscheid is geen punt, maar een komma. “Ik kijk terug met een heel warm gevoel. Dit vak heeft me gevormd en ik hoop dat ik voor anderen iets heb kunnen betekenen.”

Door: Caroline van der Linden

Ger is een Limburger in hart en nieren. Geboren in Roermond, opgegroeid in het dorpje Meijel. Na de basisschool ging hij naar het atheneum en schreef hij zich in voor een studie. Maar al op de eerste dag in de collegezaal voelde hij: dit is het niet. “Ik dacht: moet ik hier nog jaren zitten? Nee.” Het politievak lonkte. Zijn oudere broer werkte al bij de politie, een andere broer bij de douane. Het beeld van dienstbaarheid en buiten werken sprak hem aan. Hij solliciteerde en werd aangenomen.

De opleiding duurde een jaar, gevolgd door een stageperiode en daarna de eerste standplaats. Dat liep anders dan verwacht. Tijdens een grote verdelingsdag met tafels per provincie bleken de plekken in Limburg snel vergeven. Brabant had nog ruimte. “Je kon gokken en loten, maar dan kon je ook zomaar in Groningen of Den Haag terechtkomen. Ik dacht: dan maar Brabant. Dichter bij huis dan het hoge noorden.” Het werd uiteindelijk Sint-Oedenrode, het begin van een lange carrière in deze regio.

In de jaren die volgden maakte Ger vier grote reorganisaties mee: van rijkspolitie naar gemeentepolitie, naar regionale politie en uiteindelijk nationale politie. Grenzen verschoven, bureaus fuseerden, werkgebieden veranderden. Hij werkte onder meer in Sint-Oedenrode, Boxtel en Schijndel. Maar ongeacht de structuur bleef zijn eigen drijfveer hetzelfde: straatwerk en menselijk contact.

“De interactie met mensen, dat is altijd mijn motor geweest,” zegt hij. “Je komt bij verdriet, bij ruzie, bij ongelukken, bij kleine ergernissen en grote drama’s. De ene keer moet je begrenzen, de andere keer troosten. Elke situatie vraagt iets anders. Dat spel van inschatten, aanvoelen en helpen, dat vond ik prachtig.”

Volgens Ger is politiewerk in de kern hulpverlening, veiligheid en verbinding. Agenten zijn vaak als eerste ter plaatse. “Je treft mensen op hun kwetsbaarst. Dan moet je rust brengen en overzicht. En daarna zorg je voor een goede overdracht naar ambulance, hulpverlening of gemeente. Maar je blijft betrokken. Ik hield vaak een vinger aan de pols.”

Die betrokkenheid liep als een rode draad door zijn loopbaan. In Schijndel werkte hij intensief samen met gemeente, maatschappelijk werk, woningbouw en zorginstanties. Korte lijntjes, snel schakelen. Vooral bij zogenaamde ‘hotspots’, adressen of personen waar veel meldingen vandaan kwamen, probeerde hij verder te kijken dan de incidenten. “Als je alleen blijft rijden op meldingen, blijf je dweilen met de kraan open. Je moet oorzaken aanpakken.”

Naast het reguliere politiewerk was Ger 26 jaar actief bij de Mobiele Eenheid (ME), waarvan ongeveer dertien jaar als groepscommandant. Daar vond hij opnieuw wat hem energie gaf: teamwork onder druk. “Je traint samen, je kent elkaar door en door. Als je dan wordt ingezet bij spanningen of grote incidenten, moet je op elkaar kunnen bouwen. Dat saamhorigheidsgevoel, geweldig.”

De hoogtepunten in zijn carrière zitten niet in spectaculaire arrestaties, maar in menselijke momenten. Zoals de reanimatie van een jongen van acht jaar, die tijdens de gymles in elkaar zakte. “Twee leraren waren al begonnen. Wij namen het over tot de ambulance er was. Eerst geen teken van leven en dan ineens begint zo’n kind te huilen. Dat geluid vergeet ik nooit meer.” Twee maanden later volgde een uitnodiging van de ouders. Koffie, een gesprek, dankbaarheid. “Dat raakt je diep.”

Maar er waren ook zware momenten. Overlijdens tijdens dienst, suïcides, ernstige ongevallen. Hij herinnert zich een zwaar verkeersongeval in een tunnelbak, waarbij een auto klem zat tussen een vrachtwagen en de wand. De bestuurder zwaar gewond, zijn vrouw overleden. Ger klom over de vrachtwagen om bij hem te komen en bleef met hem praten tot de hulpdiensten hem konden bevrijden. Vier weken later zocht hij hem thuis op. “Dan praat je na. Dat helpt bij verwerking, voor hem en voor mij.”

Binnen politieteams wordt veel gedeeld, zegt Ger. Heftige ervaringen, maar ook humor. “Je moet soms ook samen kunnen lachen, elkaar plagen, spanning ontladen. Dat maakt het werk draaglijk. Het teamgevoel was voor mij altijd heel belangrijk. De politie voelde vaak als familie.”

Zijn afscheid kwam sneller dan hij zelf had verwacht. Nog maar enkele maanden geleden dacht hij door te werken tot zijn 67e. Hij had er nog plezier in. Maar na 45 dienstjaren begon het te knagen. Veel collega’s van zijn generatie waren al gestopt. “De nieuwe lichting is prima, daar niet van, maar het voelt anders. Minder geschiedenis samen.” Ook financieel bleek eerder stoppen mogelijk via een regeling. Binnen twee maanden nam hij zijn besluit.

Zijn collega’s verrasten hem met een groots afscheid. Onder een smoes werd hij naar het gemeentehuis in Veghel gelokt, waar plots zijn gezin en collega’s verschenen. Er stond een bus klaar, met motorrijders ervoor. Ze reden langs plekken die voor hem belangrijk waren: een school, een woonvoorziening voor mensen met een beperking waar hij vaak kwam om vertrouwdheid met hulpdiensten op te bouwen, en uiteindelijk een grote bijeenkomst met collega’s en samenwerkingspartners. “Dat was overweldigend. Zó warm. Daar ben ik echt stil van geworden.”

Of hij het werk zal missen? “Af en toe kriebelt het,” geeft hij toe. “Maar ik voel ook rust. Jarenlang leefde ik met roosters, piepers, meldingen. Altijd vooruitkijken naar de volgende dienst. Die druk is weg. En dat bevalt me goed.” Terugkeren als vrijwilliger bij de politie overwoog hij kort, maar hij besloot het niet te doen. “Het is alles of niks. Ik wil niet één klein stukje doen.”

Stilzitten gaat hij niet. Hij heeft al plannen en bezigheden, maar zonder de constante druk van moeten. Meer genieten van het moment. Meer vrijheid in zijn agenda. “Ik ben van nature een omdenker,” zegt hij. “Ik kijk naar wat wél kan. Dat heeft me altijd geholpen, in het werk en daarbuiten.”

Na 45 jaar kijkt Ger Roumen terug met trots, dankbaarheid en een warm hart. “Als ik opnieuw moest kiezen, deed ik het weer. Zonder twijfel. Dit was het mooiste beroep dat ik had kunnen kiezen.”