
Vervolg voorpagina Onder het noorderlicht tot het uiterste
Rennen door een andere wereld
De eerste kilometers gingen goed. Guus liep een strak tempo van ongeveer vijf minuten per kilometer in een adembenemende omgeving: besneeuwde bossen, kleine gekleurde huisjes, donkere fjorden. Af en toe ziet hij zelfs een slee met husky’s voorbij komen. En boven hem, alsof het speciaal voor deze tocht verschijnt, het noorderlicht.
Maar rond kilometer 24 slaat de marathon toe. “Het voelde alsof ik in een andere wereld kwam,” vertelt Guus. “Mijn lichaam stopte gewoon met normaal functioneren.” De combinatie van kou, sneeuw, hoogteverschil en zware bepakking eiste zijn tol. Waar hij bij zijn vorige marathon later een dip voelde, komt die hier al vroeg. Zijn lichaam wilde niet meer.
"| Het voelde alsof ik in een andere wereld kwam
Overleven in kleine stukjes
Opgeven was geen optie. Guus paste zijn tactiek aan. “Ik hakte de marathon in mijn hoofd op in kleine stukken: tot de volgende paal, het volgende kruispunt. Ik dacht niet aan kilometers, alleen aan het eerstvolgende punt. Soms werd ik bevangen door de kou”, vertelt Guus. “Drinken was lastig; het water bevroor, alleen bij de vier verzorgingsposten was dit mogelijk. Overal langs het parcours stonden vrijwilligers, politie en mensen van het Rode Kruis.
Veiligheid stond voorop. Wie niet verder kon, werd opgehaald. Na 37 kilometer gebeurde er opnieuw iets onverwachts: mijn horloge viel uit door de kou. Die laatste kilometers liep ik volledig op gevoel. Zonder afstand, zonder tijd, zonder houvast. Ik zat echt tegen het randje,” zegt hij. “Mijn lichaam was alleen nog bezig met het zetten van de volgende stap.”
De finish
En dan, eindelijk is daar de finish. In het donker, maar niet te missen. Guus weet: dit is het. De opluchting is groot. “Na 42 kilometer is het wel fijn om te kunnen stoppen met lopen,” vertelt hij met een glimlach. Bij de eindstreep staan zijn moeder en zus, meegereisd naar Tromsø om hem op te vangen. Hij krijgt een thermodeken omgeslagen, warme soep en een banaan en uiteraard zijn welverdiende medaille. Zijn lichaam is koud, zijn spieren volledig verzuurd.
"| Mijn moeder en zus hielpen me overeind, hielden me warm
“Ik ging op een bankje zitten en kon niet meer opstaan. Mijn moeder en zus hielpen me overeind, hielden me warm.” Een moment waarop hij de pijn door zijn lichaam voelt. “Maar dat gevoel moet je omarmen”, zegt Guus. “Die pijn geeft eigenlijk voldoening, want dat is het resultaat van wat je erin hebt gestopt.” Hij beseft hoe bijzonder dit is. Omdat hij iets gedaan heeft wat hij zelf eerst niet voor mogelijk hield.