
Vervolg voorpagina 'Dankzij burgerhulpverleners kon ik mijn 80e verjaardag vieren'
Nu ruim drie jaar later kan Bert nog steeds wandelen, fietsen en tennissen. “Het is niet zoals vroeger, maar ik kan alles nog”, zegt de inmiddels 81-jarige Rooienaar daar nu over.
"In Rooi zijn er via hartslag.nu 306 geregistreerde burgerhulpverleners”, vertelt Piet van Rooi. Hij is docent bij de Rooise EHBO en geeft ook reanimatiecursussen. "Hoe sneller de burgerhulpverleners er zijn, des te groter is de kans dat iemand een hartaanval kan overleven. De eerste minuten tot dat er professionele hulpverleners zijn, zijn cruciaal.'' Toine Lathouwers, de drijvende kracht achter Rooi Hartsafe vult aan: "Als er bij 112 een melding komt van een hartaanval dan worden meteen de burgerhulpverleners gewaarschuwd. Afhankelijk van de plaats waar de burgerhulpverlener is, krijgt die een oproep om rechtstreeks naar het adres te gaan of om eerst een AED op te pikken en deze te brengen.'' Piet van Rooi wil graag op het belang van zoveel mogelijk beschikbare burgerhulpverleners wijzen. Een reanimatiecursus kost 35 euro, de herhalingslessen zijn voor Rooienaren en voor mensen die in Rooi werken of sporten gratis. Aanmelden kan via https://rooihartsafe.nl/cursus/.
Tot slot wil Bert Hoek nog graag benadrukken dat hij dankzij de inzet van burgerhulpverleners zijn 80e verjaardag nog heeft kunnen vieren en dat hij er nog steeds voor zijn vrouw en zijn dochters kan zijn.
WeetWeerWatWeetje: Blijft de kompasnaald naar het noorden wijzen?
Tegenwoordig gebruiken we GPS systemen om te navigeren. Op de TomTom of op Google Maps geven we aan waar we naar toe willen en het navigatieprogramma wijst ons feilloos de weg naar waar dan ook. Inmiddels is elektronisch navigeren een vanzelfsprekendheid, maar nog geen dertig jaar geleden was dat allemaal wat minder vanzelfsprekend. Een goede landkaart en soms zelfs een kompas waren nodig om in onbekend terrein en zeker op het water de weg te vinden.
Bij navigeren in vroegere tijden was het kompas onmisbaar. Bij bewolking en in het donker wees de kompasnaald naar het noorden. Daarmee had de reiziger samen met kaarten een eerste hulpmiddel om zijn positie te bepalen in een onbekend gebied. De naald van het kompas wijst altijd naar het noorden, om heel precies te zijn naar de magnetische noordpool. Hoewel de magnetische noordpool zich vlak bij de geografische noordpool bevindt is de afstand tussen beide punten op dit moment ongeveer 450 kilometer.
Daar waar de geografische noordpool altijd op dezelfde plaats is, kruipt de magnetische noordpool elk jaar zo’n 55 kilometer naar het oosten. Momenteel bevindt de magnetische noordpool zich ongeveer op 85,762° noord en 139,298° oost. Dit betekent dat als je op de geografische noordpool staat dat een kompasnaald naar het zuiden in de richting van Oost-Siberië wijst. Anderzijds wijst de kompasnaald in onze streken weer bijna 2,5° oostelijker dan het ware noorden. In de jaren tachtig wees de kompasnaald nog naar het westen ten opzichte van de geografische noordpool.
Dat de magnetische noordpool zich beweegt is van alle tijden. Tot het midden van de jaren negentig bewoog de magnetische noordpool zich jaarlijks ongeveer vijftien kilometer. Voor sommige wetenschappers is de versnelling van het verplaatsen een aanwijzing dat de magnetische noord- en zuidpool op korte termijn van plaats kunnen wisselen. Op korte termijn is een rekbaar begrip, want wij en zelfs onze achterkleinkinderen zullen dat niet meer meemaken. In de geologische tijdsmeting is een korte termijn enkele duizenden jaren. De laatste keer dat de magnetische polen van plaats wisselden is ongeveer 780.000 jaar geleden. Als dit nu weer zou gebeuren wijzen de kompasnaalden ook bij ons naar het zuiden.
Zoals hiervoor al gezegd, zullen wij en ook onze achterkleinkinderen dit niet meemaken. Maar tegen de tijd dat de magnetische polen wisselen zullen er veel dingen gebeuren, waarvan we nu alleen maar kunnen raden wat dat zal zijn. Zeker lijkt in elk geval dat tijdens de poolsprong de aarde tijdelijk geen of in elk geval een heel zwak magnetisch veld zal hebben. Dat betekent dat de poollichten die nu eigenlijk alleen rondom de noord- en de zuidpool te zien zijn, over de hele wereld zichtbaar zijn. Zelfs de tropennacht zal in deze periode -door het ontbreken van de magnetosfeer- verlicht worden met een fraai kleurenspektakel. Wat daarentegen zeker negatief uit zal pakken is dat met het ontbreken van de magnetosfeer schadelijke straling uit de ruimte gemakkelijker de aarde zal bereiken.
Ook sommige dieren zullen letterlijk verdwalen. Zo beschikken veel vogels waarschijnlijk over de gave om het aardmagnetisch veld waar te nemen. Dat gebruiken ze om in het najaar de weg naar het warmere zuiden te vinden en in het voorjaar weer naar hier te komen. Van postduiven is het zelfs bekend dat ze uitstekend in staat zijn om de weg naar het noorden terug te vinden. Duiven die ten noorden van hun ‘vaste verblijfplaats’ worden gelost, hebben heel veel tijd nodig om terug te keren, als ze de weg terug überhaupt nog weten te vinden. Ook bij zeeschildpadden speelt het aardmagnetisch veld een belangrijke rol om de plaats waar ze ooit zijn geboren weer terug te vinden en daar dan hun eigen eieren te kunnen leggen. Hoe dat na een poolsprong zal gaan weet niemand. Op de menselijke tijdschaal lijken wij ons nog geen zorgen te hoeven maken. Bij storing van de TomTom of Google Maps kunnen wij nog wel een tijdje op het kompas vertrouwen.