
{Motorsport} Zandhaas Gus Leijtens gaat hard
Toen hij zes was, zat hij voor het eerst op de motor. Dat sloeg over op pitbikes om uiteindelijk over te stappen naar de crossmotoren. Het werd hem met de paplepel ingegoten door zijn vader, Erik Leijtens. Nu staat het 18-jarige talent aan de vooravond van een mooie carrière.
Door: Freek Vervoort
De meeste jongetjes van zes jaar oud zitten niet op een motor. Gus wel. Van jongs af aan gaat hij met zijn vader mee naar de cross. Een aanstekelijk virus. “Mijn vader is pas laat begonnen met crossen. Hij was toen 32 jaar. Vanaf het begin mocht ik altijd mee en was ik erbij.” Het was dan ook niet vreemd voor de familie dat Gus zelf al snel op de motor kroop. Maar wat maakt het crossen dan zo mooi? “Het is een apart gevoel wat het in mij losmaakt. Ik geniet van het geluid en de geur. Om nog maar niet te spreken over de adrenaline die vrijkomt. Je merkt ook dat het steeds harder en beter gaat. Dat motiveert, waardoor het crossen mooi blijft.”
Wedstrijden rijdt hij sinds drie jaar. En wie denkt dat het aan komt waaien, heeft het mis. “Je moet er echt volle bak voor trainen. Ik doe twee keer in de week aan hardlopen en boksen bij Boxing Gym Holzken. Alles om mijn conditie op peil te houden. Mijn vader traint me. Oh ja, dan zit ik ook nog wat dagen op de motor natuurlijk, haha.” In Nederland zijn er twee bonden waarvoor wedstrijden gereden kunnen worden: de K.N.M.V. en de M.O.N. Voor die laatste bond rijdt Leijtens op dit moment. Hij komt uit in de een na hoogste klasse. Dat begon met crossen bij de junioren. “Aan het einde van het seizoen 2022 was ik derde. Toen werd ik doorgeschoven naar de Open Senioren klasse. Daarin werd ik toen vierde. Momenteel cross ik in de Open Nationale. We hebben nu vier races gereden en ik sta achtste in het klassement. Afgelopen weekend werd ik nog tweede!”
Bij een goed seizoen kan het talent wellicht volgend seizoen doorschuiven naar de Interklasse. Dat is het hoogste niveau van deze bond. Het niveauverschil met de K.N.M.V. is er wel, maar is klein. “Daar racen de bekende namen vooral. Maar ik werk er rustig naartoe. Eerst wil ik in de inters gaan rijden. Wellicht ga ik in de toekomst dan over naar de andere bond. Ik kan nog wel wat jaren mee.” Gus heeft wel een voorkeur voor een bepaald type baan. Dat is ook de reden dat hij zichzelf een zandhaas noemt. “Ik rijd het liefst in los zand. Dat zie je ook aan mijn resultaten. Die zijn dan stukken beter. Op harde banen kom ik een stuk minder uit de verf.” Het grote doel is om Nederlands kampioen te worden. Daarvoor traint hij hard en doet hij zijn best. “Gelukkig zijn grote blessures mij ook nog bespaard gebleven. Ik ben dus wel een geluksvogel. Hopelijk kan dat geluk ook eens omgezet worden tot een kampioenschap!”