Huwelijk

Dirk en ik wandelden laatst langs ‘ons’ kasteel Henkenshage toen we een bruidspaar zagen. De bruid in een prachtige, lange, witte jurk met naast haar de bruidegom die er knap uitzag in zijn perfect gesneden maatpak. Stralend poseerden ze voor de fotograaf. Onwillekeurig glimlachend gingen mijn gedachten uit naar onze eigen huwelijksdag.

Onze trouwdag was in de zomer van 1982 en het was behoorlijk warm. Ik had de hele nacht met van die grote harde krulspelden op mijn hoofd geslapen. Zo zouden de krullen er beter in blijven zitten. Dat advies had ik dus maar opgevolgd, want ik wilde er natuurlijk mooi uitzien. De bewuste ochtend was het een drukte van jewelste. De kapper en de fotograaf deden hun ding en de familie zat aan de koffie in hun mooiste kleren met perfect gekapte haren. De voordeurbel ging en daar stond Dirk met mijn bruidsboeket. Dat moment, de kus en een heleboel momenten erna werden vastgelegd en meebeleefd door de aanwezigen. Wat een belangstelling allemaal. Maar dat hoorde nu eenmaal bij de huwelijksdag.

Een paar weken eerder hadden we een gesprek met de pastoor. Er werd altijd geheimzinnig en lacherig over gedaan. Dan zou je te horen krijgen hoe het er in de huwelijksnacht aan toe zou gaan. Nou niets van dat alles hoor. Geen voorlichting over de bloemetjes en de bijtjes. Het ging er een stuk moderner aan toe dan wat we in de verhalen van onze ouders te horen hadden gekregen. Gelukkig maar. Wel moesten we een lezing uitkiezen voor de huwelijksmis. In een daarvan werd alleen maar gesproken over gehoorzaamheid en onderdanigheid. Niet voor de man maar wel voor de vrouw. Die tekst wilde ik absoluut niet kiezen. Gelukkig was Dirk het daar ook mee eens. Anders weet ik niet of het huwelijk door zou zijn gegaan.
Samen liepen we door het middenpad naar voren terwijl de trouwmars van Mendelssohn gespeeld werd. De plechtige woorden die we elkaar beloofden tijdens de uitwisseling van onze trouwringen: In goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid. De betekenis en de impact van deze woorden is ons nu, jaren later, ten volle duidelijk geworden... Na alle plichtplegingen kon er eindelijk gefeest worden. Tijdens de felicitaties van de familie kwam mijn broer met een grote doos aanzetten, verpakt in mooi cadeaupapier. Wat zou daar in zitten? Op het moment dat ik de doos wilde aannemen, liet hij los en viel het cadeau met een harde klap op de grond. Ik gilde en ontzet keek ik naar beneden. Aan het geluid te horen zat er duidelijk iets breekbaars in. ‘Scherven brengen geluk!’ riep mijn broer toen ik de doos openmaakte en het vel papier met die tekst tussen de brokstukken zag liggen. We hebben er hartelijk om gelachen. Ik vraag me nu af of hij en zijn vrouw tevoren thuis ook zoveel plezier hebben gehad met het kapot gooien van servies.
Tegenwoordig is alles anders. Trouwen dat doe je of dat doe je niet. Waar en wanneer je wil. Niemand kijkt ervan op als je eerst kinderen krijgt en daarna gaat trouwen. Je wordt niet meer met de nek aangekeken als je ongetrouwd gaat samenwonen. Heerlijk toch? Die vrijheid.

Willemien van de Ven
Reageren? schrijvers@impesant.nl