De rijkdom van ons Smitsorgel
In de maanden juli en augustus - het betrof de twintigste serie zomerbespelingen na de restauratie van het Smitsorgel in de Martinuskerk in 2001 - hebben alle organisten de uitzonderlijke kwaliteiten van ons Smitsorgel getoond. Dat geldt zeker ook voor Jan Berkers die zaterdag 28 augustus het laatste concert van de serie zomerbespelingen verzorgde. Samen met de zangeres Andrea Frèrejean bracht hij een uitgebreid programma.
Door: Bert Augustus
Het is nog altijd niet echt duidelijk waarom Franciscus Smits in 1839 voor Sint-Oedenrode een dergelijk mooi en uitgebreid orgel bouwde en wat er in de eerste helft van de negentiende eeuw op gespeeld werd. Het orgel behoort intussen tot de belangrijkste in Nederland. Het Smitsorgel van de Martinuskerk is gebouwd naar klassiek zuidelijke beginselen: uitstekend geschikt voor literatuur van zeer uiteenlopende herkomst. Het is zeker niet alleen bedoeld voor de begeleiding van zang, hoewel de Gamba van het Positief en de Holpijp van het Hoofdwerk vanmiddag als begeleidende registers heel goed werk deden. Wat we wel vrij zeker weten, is dat er juist in de negentiende eeuw voor orgel bewerkte muziek zoals bewerkingen van pianomuziek op gespeeld is.
In het programma van deze namiddag waren juist meerdere bewerkingen voor orgel opgenomen. En enkele stukken voor zang en orgel. Centraal in het programma stond het overbekende Ave Maria van Caccini en het concerto van Vivaldi dat door Johann Walther voor orgel bewerkt is. In het Ave Maria van Caccini ging de prachtige stem van Andrea Frèrejean samen met de perfect begeleidende klanken van het orgel. Het Smitsorgel toonde zich daarna ook uitstekend geschikt voor de achttiende-eeuwse aanstekelijke muziek van Vivaldi. Verderop in het programma hoorden we een mooi voorbeeld van hoe in de romantiek instrumentale muziek voor orgel toegankelijk werd gemaakt: het romantische ‘De Zwaan’ uit ‘Carnaval des Animaux’ van Saint-Saens en het veelkleurige ‘Pie Jesu’ van Duruflé in opnieuw een welluidende samenwerking tussen zangeres Andrea Frèrejean en organist Jan Berkers.
Het Smitsorgel is gebouwd tijdens het leven van Mendelssohn. Zijn orgelrepertoire klinkt steeds overtuigend in de Martinuskerk. Het werd vanmiddag opnieuw aangetoond met het heerlijke, in een wiegende driedelige maat geschreven Allegretto uit de vierde Sonate.
De koraalvoorspelen van Reger, Telemann en Bach zijn alle bedoeld voor de Eredienst. In elk koraalvoorspel hoorden we een zeer verschillend palet aan stemmingen en kleuren. Het koraal ‘Wo soll ich fliehen hin’ van Johann Sebastian Bach bijvoorbeeld gaat over de angstige zondaar die naarstig een uitweg zoekt uit de knellende omarming van de duivel. Er klonk in de rechterhand een jachtig vluchtmotief dat het Smitsorgel deed huiveren.
De hoekdelen van het concert bestonden uit een krachtig Allegro van Thomas Arne en de wervelende toccata van Dubois. Organist Jan Berkers genoot hoorbaar van ons Smitsorgel.
Met de feestelijke muziek van Dubois is de zomerserie van ‘Muziek op en rond het Smitsorgel’ tot een waardig einde gekomen. Een serie, begonnen met de presentatie van een op het Smitsorgel opgenomen dubbel-CD met werken van C.Ph.E. Bach, waar in acht zomerbespelingen het orgel met zeer uiteenlopende muziek en combinaties met andere musici – en dansers - opnieuw volledig tot zijn recht gekomen is.