Zout en zoet
‘Het land van zout’, dagenlang hebben wij tweeën met plezier daarvan geproefd. De parmaham, bekend van het gebied rond de gelijknamige stad, prikt nog aangenaam op onze tong. De proeverij in een authentieke boerderij te midden van trots oprijzende cipressen in het golvende laagjeslandschap, ligt nog vers in ons geheugen. Die smaak van ham, maar ook van wijn, olijven en kaas onder een schaduwdak van geurende jasmijn. Onvergetelijk. Tevreden stappen we vroeg in de ochtend in onze auto, nadat we ettelijke liters regionale wijn voorzichtig hebben overgegoten in leeggemaakte waterkannen en in de bagageruimte hebben opgeborgen. Kostelijk nat ingeklemd tussen koffers, tassen en de koelbox. Lekkere wijn voor thuis.
Eenmaal op de snelweg drukt manlief het gaspedaal in. Het einddoel op deze dag ligt in de omgeving van Lyon. Een feestelijk familie-etentje wacht ons daar. Als we vroeg in de middag Italië achter ons hebben gelaten en al een groot gedeelte van de zuidfranse kuststreek hebben bewonderd, stappen we uit voor de meegenomen lunch. Daarna maken we vaart. Gas erop. Achtereenvolgens de 140, 150, zelfs 160 tikt het voertuig met gemak aan. Er is ruimte genoeg op de snelweg. Niet echt toeristenseizoen. Bovendien rijden we inmiddels van zuid richting noord. Zon in de rug. Langzame tobbers, zoals wij ze samen lachend betitelen, halen we een voor een in. Na verloop van tijd is er nog maar één enkele auto die ook vaart maakt. Hij haalt ons zelfs langzaam in. Ik kijk de uitdagers aan. ‘Jullie ook?’ roep ik. Alsof ze mij kunnen horen! ‘Ook haast? Hij gaat lekkerrrrr. Oh nee.’ Een zijraam van hun auto zoeft plotseling open, een hand wordt naar buiten gestoken. Een hand met daarin … een blauwe lamp. Een zwaailicht. Behendig wordt het voorwerp bovenop het autodak geplaatst en ja hoor, daar zijn de licht- en tekstsignalen. Franse politie in burger. Ze rijden ons voor naar de eerstvolgende afrit, waar halt wordt gemaakt. ‘We zijn zwaar de klos,’ zucht mijn echtgenoot. Ik probeer hem te kalmeren. ‘Gewoon rustig blijven en toegeven dat je fout zat. Het helpt toch niet als je protesteert.’
Drie man sterk komt in onze richting. ‘Uitstappen, uw rijbewijs,’ commandeert een van hen. Het gevraagde document is niet zo snel te vinden. 'Kijk nog eens goed in je portemonnee.’ Daar blijkt wel een onooglijk stukje papier in te zitten. Hee, dat is een internationaal rijbewijs. Ooit eens aangeschaft voor een rondreis door de VS. Manlief overhandigt het snel, wetende dat het niet meer geldig zal zijn. De agent bestudeert het document uitvoerig en loopt ermee naar de twee anderen. Ze smoezen, ze overleggen, ze kijken in onze richting, praten weer verder en juist als ik in mijn beste Frans deemoedig wil bekennen dat we schuldig zijn, steekt een van de agenten zijn hand op. De drie zijn zichtbaar onder de indruk. De woordvoerder spreekt een volzin Frans. ‘Wij zien het door de vingers,’ zo begrijp ik uit de laatste woorden. Dat is niet aan dovemansoren gezegd. ‘Sssst, niks meer zeggen, we mogen door, het is goed.’ Even later rijden we met een voorbeeldige snelheid verder, nog verbaasd dat een forse boete ons bespaard is gebleven. Na het zout in de vroege ochtend wacht ons – ‘belangrijke buitenlandse gasten’ – deze avond alsnog het zoet van het ontspannen familiefeestje.