Martien en MIen van der Velden- van Geffen zijn 60 jaar getrouwd
Martien en MIen van der Velden- van Geffen zijn 60 jaar getrouwd Foto: Hans van den Wijngaard

“Oe, wa unne galante jongen’

Dat waren de eerste woorden die Mien van Geffen tegen haar vriendin zei, toen ze haar toekomstige echtgenoot Martien van der Velden voor het eerst zag. Wat de aanleiding voor die woorden was, daar komen we nog wel op terug. Feit is dat het halverwege Rooi en Schijndel liefde op het eerste gezicht was en die liefde hield stand want afgelopen maandag vierden Martien en Mien van der Velden hun zestigste huwelijksdag.

Door: Hans van den Wijngaard

Ik zie twee paar flonkerende ogen tegenover me zitten als Martien (87) en Mien (85) gaan vertellen over hun huwelijk dat inmiddels al zestig jaar standhoudt. “Het is toch zo’n goeie”, zegt Mien als ze Martien over zijn bol aait. “Beter had ik het niet kunnen treffen”. Ondanks hun leeftijd is het diamanten echtpaar nog goed op de been en ook geestelijk mankeert er nog niet veel aan. Op de vraag hoe 12 april 1961 verliep antwoordt Martien prompt: “Eerst de koeien melken en toen het ‘goei pak’ aan. Om tien uur op het gemeentehuis en om halfelf in de kerk trouwen. Om de koeien ’s avonds te melken hadden we toch maar een knecht ingehuurd”.

“De eerste elf jaar hebben we nog op de boerderij van mijn ouders aan de Liempdseweg gewoond, dat was toen nog Hulst C 135. Samen met mijn ouders hadden we een klein gemengd boerenbedrijf. We hadden acht tot tien koeien, wat varkens en kippen. Daarnaast teelden we ook nog wat groenten. Dat hebben we tot 1972 gedaan, toen zijn we hier naar Eerschot verhuisd”, vertelt Martien. Mien die vult haar man aan: “dat tuinieren zit er nog steeds in hoor. We hebben een volkstuin en daar is Martien elke dag te vinden”.

Maar niet alleen tuinieren is een hobby van Mien en haar man. “Martien is een verwoed verzamelaar van alles dat ook maar een beetje met Rooi te maken heeft. Ikzelf heb altijd sigarenbandjes en suikerzakjes gespaard. Als Martien dan naar een ruilbeurs ging, gaf ik hem altijd de opdracht om ook naar de bandjes en zakjes te kijken”, vertelt Mien. Dan zegt Martien: “Maar met het verzamelen is het gedaan. Sinds Rooi deel uitmaakt van Meierijstad komen er eigenlijk geen specifieke Rooise dingen meer uit, er is ook bijna niemand meer die nog sigaren rookt en als klap op de vuurpijl zijn er door corona geen ruilbeurzen en vlooienmarkten meer”.

Samen met een oud-collega gaat Martien nog elke week fietsen. “Op dinsdag gaan we als het ook maar een beetje weer is fietsen. Op ons dooie gemak trappen we dan veertig tot vijftig kilometer weg. De ene keer gaan we naar Oisterwijk, dan staat Gemert weer op het programma en zo blijven we mooi aan de gang”, zegt Martien. Ook Mien zou nog wel willen fietsen, maar het op- en afstappen lukt niet meer. “Daarom ga ik maar te voet naar het dorp, dan ben ik ook in beweging”, lacht ze.


"Het mooie is, hoe ouder je wordt, hoe meer tijd dat je hebt om van de (achter)kleinkinderen te genieten."


In die zestig jaar huwelijk kwamen er drie kinderen, tien kleinkinderen en inmiddels zijn er ook al twee achterkleinkinderen op de wereld. “Het is elke keer weer mooi”, zegt het echtpaar. “We hebben volop genoten van onze kinderen en toen zij kinderen kregen, waren we als opa en oma maar wat trots. Inmiddels zijn er al twee achterkleinkinderen en ook daar kunnen we enorm van genieten. Het mooie is, hoe ouder je wordt, hoe meer tijd dat je hebt om van de (achter)kleinkinderen te genieten. De allerkleinsten vertellen al volop, maar ook de kleinkinderen weten elke week weer mooie verhalen te vertellen over liefdes die ze aangaan en helaas ook wel weer eens uit”.

Maar wat we nog steeds niet weten, is wanneer en waarom Mien tegen haar vriendin over Martien zei “Oe, wa unne galante jonge”. Opnieuw fonkelen de ogen van Martien. “Dat ging zo: Het was in Schijndel kermis en ik ging daar met mijn vriend naar toe. Toen we ter hoogte van ‘De Wit’ waren, fietsten er twee meiden voor ons. Eén van hen liet haar vest vallen en dat raapte ik op en gaf het aan haar”, vertelt Martien. “Ja en toen zei ik: ‘Oe, wa unne galante jonge’, vult Mien aan. “Toen we later in de danstent waren, zei ik tegen mijn vriendin, kijk daar is hij, die jongen die mijn vest opraapte”. Zo blijkt maar dat een gevallen vest al goed kan zijn voor een huwelijk van zestig jaar.