Met de paplepel ingegeven
De Raad van Elf had in het najaar zijn Prins gekozen: Prins Bommel I. Die was met een oude ochtendjas van zijn moeder in de weer gegaan en had met rood band het jasje van Ollie B. Bommel als een eersteklas coupeur nagemaakt.
De prins was niemand minder dan mijn toenmalige vriendje en iedereen die mijn man nu kent, weet dat hij het perfecte postuur heeft om een natuurgetrouwe heer Ollie te zijn.
Nu moest de Raad nog gekleed worden. Twee meiden togen naar de Bijenkorf om daar stof te kopen. 'Elf meter Durex, alstublieft.' 'Durex...?' de verkoopster verschoot van kleur. 'Lurex. Die glitterstof bedoelt u toch?' Ja, dat bedoelden we, wisten wij veel? De Raad kreeg een schitterende 'Durex-outfit'.
Avonden voorpret en verdere plannenmakerij. De feestzaal van de sociëteit in Scheveningen zou worden omgetoverd in de woonstee van Heer Bommel, Rommeldam. Iedereen werd opgetrommeld om met platen karton het dorp na te bouwen. Een geweldige klus: straatjes, pleinen, huizen en natuurlijk de Oude Schicht - de auto van heer Bommel - werden tot in de perfectie gecreëerd. Van oude stofzuigers werd ook nog een heus confettikanon gefabriceerd.
Hoewel de soos maar zo'n 60 leden had, werd er dat jaar reclame gemaakt voor de carnavalshappening. Volgens schattingen konden er wel zo'n 150 man verwacht worden. 'Dat houdt de vloer nooit,' meende het zorgzame sociëteitsbeheer. 'We stutten het zaakje in de kelder met stalen balken. Zo'n hossende bende wil je niet in je soos zien tuimelen.' Bij de vader van een van de leden die aannemer was, werden die balken geritseld. 'Zo, laat nu de brandweer maar komen om te inspecteren.' De donderdagavond voor het weekend van het feest werd de zaal op brandveiligheid gecontroleerd. 'Heren, het spijt me,' zei de commandant, 'wij moeten dit afkeuren. Dat karton in die zaal; dat fikt als een lier als iemand onvoorzichtig is met zijn sigaretje.' 'Ja maar... ' 'Nee, echt, dat gaat zo niet. Als die schilderingen nou op de stenen muur hadden gezeten. Bovendien: er is geen brandtrap.'
Al dat werk, voor niks! Maar voor treuren was geen tijd. Blikken verf werden overal vandaan gehaald. Met een man of twaalf is die donderdagnacht en de hele vrijdag aan één stuk door geschilderd om Rommeldam van het kartonnen decor over te brengen op de muren. De aannemer-vader werd lief aangekeken en die bouwde vrijdag een brandtrap aan de buitenzijde van het pand. Hij was ook jong geweest en stiekem was hij wel trots op die knullen, die zoiets voor elkaar kregen.
Vrijdagmiddag kwam de brandweer weer kijken. Die vielen van hun geloof, toen ze zagen hoe piekfijn de zaak nu voor elkaar was. 'Vergunning, heren. Veel plezier!'
Er kwamen die zaterdag geen 150 man de zaal binnen, maar 350. En behalve de carnavalsvierders was ook de pers aanwezig. 's Maandags stond de Haagsche Courant vol foto's met feestvierende carnavallisten, de stutbalken in de kelder en een brandtrap die er een paar dagen eerder nog niet was. In de krant stond: 'Dit is het enige Carnavalsfeest in Den Haag dat op het Brabantse Carnaval lijkt.'
Zich van de prins geen kwaad wetend, liep Prins Bommel I die maandag - zoals de traditie bij de soos wilde - met zijn gevolg in Oeteldonk rond.
Benieuwd of er dit jaar in Papgat Ollies te vinden zijn.
Emmy van Haastrecht
Reageren? schrijvers@impesant.nl