
Koen Peeters: cultuur, geloof en gevoel
Met enige regelmaat maken Vlaamse auteurs hun opwachting voor een boekbespreking in de Knoptoren, en te oordelen naar de aankondiging is Koen Peeters auteur 'van een rijk en veelbekroond oeuvre'. En hoewel dat onderbouwd werd met de vermelding van prestigieuze prijzen, vrijdagavond was van zijn naam en faam weinig te bespeuren. Zijn lokale onbekendheid bleek al uit de losse kaartverkoop en liep als rode draad door het geroezemoes in het zaaltje, waar hij achterin stond te wachten tot zijn opkomst. Misschien had hij daar iets van meegekregen, want het werd zijn spreekwoordelijke binnenkomer. "Nooit van mij gehoord?" sprak hij in mals Vlaams retorisch tot de voorste rij. "Geeft niks, ik had ook nog nooit gehoord van Sint-Oedenrode. Maar toen ik hier binnen kwam rijden stond er een groot bord, met mijn naam erop. Ik voelde me hier meteen welkom. Maar u mag hier straks gerust in slaap vallen."
Door Jan Egmond
Dat laatste bijterige zinnetje werd hem graag vergeven door het publiek, dat meteen gemotiveerd was om zijn ongelijk te bewijzen. Dat was ze geraden ook, want regelmatig stelde Peeters vragen, daagde het publiek uit tot meedenken en zocht daarbij oogcontact, alsof hij voor de klas stond in plaats van voor een groep volwassen literatuurliefhebbers. Dat de Vlaamse tongval bij veel Nederlanders op de lachspieren werkt, versterkte de humor die hij de hele avond door etaleerde en maakte zijn 'lessen' ook wat lichtvoetiger.
Peeters ondersteunde zijn presentatie met diafoto's en twee korte filmpjes, overigens in een geluidskwaliteit die niet besteed was aan de verwende luisteraars in de Knoptoren.
Hij lardeerde zijn lezing met korte, humoristische dialogen tussen hemzelf en zijn vrouw, heerlijk herkenbaar voor het publiek.
Zijn bekendste boek, 'De Mensengenezer' uit 2017 kwam af en toe aan bod. De verhaallijn in zijn presentatie was echter flinterdun en niet iedereen wist goed raad met de ruimte die Peeters hen bood, maar hen ook vroeg om invulling. Het werd een interactief avondje, met wellicht nogal zware kost voor een deel van het publiek.
De auteur legde zoveel accent op het Rooms-katholieke geloof, waarin hij zelf was opgegroeid, dat het soms leek of hij de 'roots' van zijn publiek niet goed had ingeschat. Ook nam hij ruim de tijd om uit te leggen wat je bijvoorbeeld bij Congolezen prima kunt doen, maar bij Rwandezen absoluut niet, of omgekeerd. Dat de elitaire Jezuïeten geen humor hebben en te intelligent zijn om te liegen, maar Witte Paters dat laatste met een stalen gezicht kunnen. Dat boeren – eindelijk een herkenbaar onderwerp voor een breed publiek – overal ter wereld in wezen hetzelfde zijn, met (ondanks gemopper) acceptatie van de grillen van de natuur maar onbegrip voor de grillen van de overheid, weinig praten maar steeds bezig met 'hoe kan ik …" . Met plaatsvervangende schaamte over het koloniale verleden van zijn voorvaderen in Congo, vergelijkbaar met dat van Nederlanders in Indonesië.
Al met al werd het eerder een avondje cultuur, dan literatuur. Ook dát had misschien wel te maken met een verkeerde inschatting van de Rooise literatuurliefhebbers: niet al zijn favoriete schrijvers waren bekend bij het gros van het publiek. Alleen bij Louis Paul Boon en Stijn Streuvels reageerde het zaaltje met herkenning.
Al met al werd het eerder een avondje cultuur, dan literatuur.
Bij boeklezingen mag het publiek vragen stellen en de leden van medeorganisator Roois Kultuur Kontakt weten het al lang; om dat een beetje te volgen moet je ergens vooraan zitten. De meeste vragenstellers komen daarom vroeg, om zich te verzekeren van een plekje op de voorste rijen. Ze blijven tijdens het stellen van hun vraag gewoon zitten, vragen en krijgen ook geen microfoon en vinden dat allemaal prima, als zij hun antwoord maar krijgen. Vrijdag kreeg het publiek op de midden-en achterste rijen na de pauze nog minder mee dan andere keren. Door de zachte stem van Peeters, die slechts éénmaal en na herhaald verzoek een publieksvraag door de microfoon herhaalde, vielen andere geluiden meer op. Het gerammel van de vaat in de achterliggende ruimte irriteerde sommige bezoekers daardoor zichtbaar. Om te voorkomen dat de lezing na de pauze inzakt, zou het al een vooruitgang zijn om de opstelling van sprekers en publiek een kwart slag naar links te draaien, zoals bij de lezing van Bert Wagendorp eind 2017 met succes in de praktijk is gebracht. De pauze gebruiken om weer naar huis te gaan, kan altijd nog.
De kwaliteit van Peeters als spreker, zijn sterke regie en de humor waarmee hij de stukjes herkenbaarheid bracht, leverden hem uiteindelijk toch een verdiend en welgemeend applaus op.
Of 'onbekend maakt onbemind' vrijdagavond doorbroken werd, blijft voor mij echter de vraag.