Vertrouwen
Ik zit in de trein naar Amsterdam. Iedereen in de coupé is in stilte met zijn eigen dingen bezig. De conducteur brengt wat leven in de brouwerij. Rij na rij klinkt haar standaardvraag: 'Vervoersbewijzen alstublieft.' Als ze mijn kaart heeft gescand, draait ze zich om naar de jongeman die schuin tegenover me zit aan de andere kant van het gangpad. De Afrikaans ogende man in baggy kleren hangt onderuitgezakt op de bank, ogen gesloten. In het Engels herhaalt de conducteur haar vraag aan hem, luid en duidelijk. Eindelijk gaat de jongeman rechtop zitten. Nonchalant drukt hij wat op zijn telefoon. Dan kijkt hij van het scherm naar de vrouw. 'Ik heb een online ticket, voor mij en mijn vriend; op mijn telefoon. Maar, sorry, madam, mijn batterij is leeg.' Meteen denk ik: dat is wel heel toevallig, dat je telefoon het net niet meer doet nu je controle krijgt. Jullie generatie is zowat vergroeid met dat apparaat, jullie 'staan altijd aan'. Ik schrik van mijn eigen gedachten.
De conducteur is niet van haar stuk gebracht, meerdere malen komt ze met het standaard riedeltje: 'U maakt gebruik van de trein en moet bij controle een geldig vervoersbewijs kunnen laten zien.' Langzaamaan komt er schot in de zaak. Er wordt afgesproken dat de man op het eerstvolgende station samen met de conducteur uitstapt en nieuwe kaartjes koopt. Als de conducteur weg is, komt er een tweede jongeman aangelopen, de vriend. Hij ziet er cool en trendy uit: oorbellen, getrimd sikje, een felgekleurde muts die zijn donkere huid accentueert. Ze praten in een onverstaanbare, waarschijnlijk Afrikaanse, taal.
Ik probeer uit hun stemgeluid en gebaren op te maken wat ze zeggen. Weer betrap ik me erop dat ik mijn oordelen snel klaar heb. Zouden deze buitenlanders misschien het Nederlandse kaartjessysteem niet goed hebben begrepen? Of zijn het gehaaide toeristen die bewust het risico genomen hebben om zwart te reizen?
Ik vraag me af sinds wanneer ik zo achterdochtig reageer op mijn medemens. Waarom vertrouw ik die gasten niet gewoon? Omdat ze jong zijn? Onverschillig ogen? Omdat ze er een beetje alternatief uitzien? Omdat ze vreemden in Nederland zijn?
Ik denk aan een voorval jaren geleden, toen ik in Amsterdam woonde. Twee Marokkaanse jongens vroegen me de weg naar een hostel. Kennelijk heb ik hun toen ook verteld waar ik woonde, want later op de avond ging de bel. De jongens vonden het hostel te duur. Of ze bij mij mochten logeren? Dat mocht. Het werd een verrassend leuk weekje. Ik werkte, Abdul en Sharif verkenden de stad, 's avonds aten we samen en deelden verhalen.
Dat vertrouwen, die spontaniteit, of noem het naïviteit, die heb ik dus niet meer, realiseer ik me.
Terwijl ik mezelf van alles afvraag, hoor ik de jonge vrouw die voor me zit zeggen: 'Ik heb hetzelfde merk telefoon als jij. Als je wilt mag je je telefoon wel opladen via mijn laptop.' En zo geschiedt. Als de batterij voldoende is opgeladen, staat de jongeman op om de conducteur te gaan zoeken, om haar zijn kaartjes te laten zien. Hij staat erop om zijn redder in nood vijf euro te geven voor de vriendelijke service.
Fijn dat er mensen zijn die onbekenden spontaan hulp aanbieden. En wat mijzelf betreft, ik heb weer een lesje geleerd: vertrouwen hebben.
Elli de Rijk
Reageren? schrijvers@impesant.nl