Afbeelding

Frans Peters 50 jaar lid van OLAT

Het is al weer een paar weken geleden toen op 1 oktober het bestuur van OLAT bij de inmiddels 78-jarige Frans Peters op bezoek kwam. Niet zonder reden, want volgens de ledenadministratie was de Rooienaar op die dag vijftig jaar lid van de in 1967 opgerichte OLAT.

"Dit jaar ben ik inderdaad vijftig jaar officieel lid van OLAT, maar daarvoor was ik al een jaar 'proeflid'. In die tijd werd je niet zomaar lid, je moest eerst als proeflid bewijzen dat je bij de club paste", vertelt Frans. "Ik ben eigenlijk lid geworden omdat we met een paar vrienden in 1968 aan de Nijmeegse vierdaagse deel wilden nemen. Ik ben toen bij Cornelis van Montfoort, de oprichter en toenmalig voorzitter van OLAT te rade gegaan. Zo ben ik met de wandelsport in aanraking gekomen. In die tijd liepen we vooral nachttochten van wel vijftig tot zestig kilometer. Soms zelfs nog meer. Want zo dachten we, met de vierdaagse moeten we vijftig kilometer lopen en dan zou dat zeker een goede training zijn."
Die vierdaagse in 1968 liep Frans uit, net zoals dat hij elke tocht die hij startte uitliep, al was dat soms wel op een bijzondere manier zoals hij later op de avond vertelt. De vierdaagse van 1968 was wat massaliteit betreft absoluut niet te vergelijken met de vierdaagse van tegenwoordig. "Mijn vrouw reed in die tijd als verzorgingspost met haar fiets over het parcours naar de volgende plaats om ons daar aan te moedigen en wat koffie of soep aan te bieden. Iets dat tegenwoordig gewoon niet meer kan", vertelt Frans over zijn eerste vierdaagse. Daarmee was het in 1967 gestelde doel, 'het lopen van de vierdaagse', behaald. Het zou veertig jaar duren voordat Peters weer deel zou nemen aan het grootste wandelevenement ter wereld.

Niet te lange tochten
Maar het wandelen was de Rooienaar wel in het bloed gaan zitten. Grote en lange tochten, zijn echter niet zijn ding. "Ik vind tochten van zo'n vijfentwintig tot dertig kilometer het mooiste", antwoordt Frans. "Net zoals de OLAT-winterseries. Dat zijn tochten van die afstand. Als je daar 's morgens op tijd mee begint, dan ben je rond de soep weer thuis en kun je 's middags nog wat met je dag doen."
Frans, die in zijn werkzame leven timmerman was, heeft zich in de tijd dat hij lid was van OLAT niet alleen met wandelen bezig gehouden. "Ik heb ook veel hand- en spandiensten geleverd. Bij een vereniging met meer dan duizend leden is altijd wel wat werk te doen. Zo heb ik mee gebouwd aan de opslagloodsen, daar hebben we onze banken, gamellen en allen andere spullen opgeslagen. Maar ook tijdens de langere wandelingen, ben ik als vrijwilliger actief om het de wandelaars naar hun zin te maken. Dat is ook waar OLAT om bekend staat, dat de deelnemers aan de tochten goede verzorging krijgen." Frans noemt daarbij als voorbeeld, dat hij bij een wandeling in de Ardennen eens verkeerd was gelopen. "Een telefoontje naar de organisatie en we werden dertig kilometer verderop gewoon met de bus opgehaald, dat is echt OLAT".

Maar Frans en zijn wandelvrienden weken niet altijd per ongeluk van de route af. "Het was ook tijdens een wandeling van OLAT in de Ardennen, dat we dachten dat als we rechtdoor zouden lopen, dat we dan sneller bij de finish zouden zijn. Want, ja, als je daar het eerste bent, dan kun je ook als eerste een pilsje pakken", lacht de Rooienaar. "Maar we waren abuis en onze binnendoor route kwam helemaal niet bij de finish uit. We hebben toen een lift gekregen van een vriendelijke Waalse dame, die ons naar het café bij de finish bracht. Wij zaten daar al heerlijk aan een pint, toen de anderen binnen kwamen. Die waren natuurlijk hoogst verbaasd dat wij er al waren".

Verdiensten van het bestuur
Tot slot wil Frans nog wel kwijt dat OLAT zich in de loop van de jaren heeft ontwikkeld tot een van de grootste wandelverenigingen in het land. "Dat is zeker een verdienste van het bestuur en de huidige voorzitter. Door hun inzet en organisatie zijn wandelingen van OLAT tot in de puntjes verzorgd en dat wordt door iedereen gewaardeerd."