
Communistische samenleving als inspiratiebron
Het was Carolijn Visser, auteur van – vooral – reisverhalen, die vrijdagavond het nieuwe seizoen mocht inleiden van het RKK. Uiteraard in de Knoptoren, terecht hun favoriete locatie voor een intieme sfeer en een goede akoestiek. Met bovendien een geluidsinstallatie die voorheen al niks te wensen overliet, maar voor het nieuwe seizoen tóch nog verder werd geperfectioneerd.
Door: Jan Egmond
Al voordat ze de microfoon pakte zong het rond in het publiek: wát een fantastische auteur. Vooral haar boek Selma, aan Hitler ontsnapt, gevangene van Mao, had diepe indruk gemaakt. Daarmee had ze dan ook twee jaar geleden de Libris Geschiedenisprijs gewonnen.
Tegen de achtergrond van die hooggespannen verwachtingen, viel mij al snel op dat de gevierde auteur geen begenadigd spreker was. Haar verhaal was inhoudelijk sterk, maar de aandacht van het publiek werd afgeleid door haar herhaaldelijk "ehhhh" en – verlegen bijna - zoeken naar de juiste woorden. Ook draaide ze zich steeds midden in een zin van de microfoon weg om door te zappen naar de volgende afbeelding in de verhaallijn. Dat leek het publiek echter niet te storen.
Carolijn Visser (1956), gefascineerd door samenlevingen in (post-)communistische landen, begon haar wereldreizen met een treinreis naar Polen, destijds nog achter het ijzeren gordijn. Haar enthousiasme op het moment dat ze daar uit de trein stapte zette ze treffend neer. "Alles was daar anders. Het róók er zelfs anders dan bij ons!". Op 25-jarige leeftijd stak ze als een van de eersten vanuit Hong Kong de grens met China over. Het werd de inspiratiebron voor haar boek Grijs China (1981). Vijfentwintig boeken van haar hand volgden.
Haar boek Selma, aan Hitler ontsnapt, gevangene van Mao, verscheen in 2016. Wat mij betreft is de pakkende titel van het boek tevens de ultieme samenvatting ervan, in een notendop. Een waar gebeurd verhaal, dat de auteur met nuchterheid én gevoel beschreef. De Nederlandse, joodse Selma vertrekt met haar Chinese echtgenoot Chang, die ze in Cambridge heeft leren kennen, en hun kinderen Dop en Greta naar China om het land te helpen bij de opbouw. Chang is een psycholoog die het in Europa ver had kunnen schoppen, maar die kans opgeeft om iets te kunnen betekenen voor zijn vaderland. Zijn loyaliteit naar het communisme werd hun dood: Mao hielp iedereen om zeep die zich onderscheidde van de grijze massa. De as van Chang wordt met zorg bewaard en traditioneel geëerd. De dood van Selma was echter zo gruwelijk, dat geen van de nabestaanden haar resten heeft durven opvragen. "Geen graf, geen steen, alleen een boek. En dat boek is een monument voor Selma". Deze slotzin, perfect getimed net voor de pauze, was het hoogtepunt van de avond en het applaus was oorverdovend.
Na de pauze las Carolijn Visser een passage voor uit haar laatste boek In Zeeland opgegroeid, nu eens géén reisverhaal. Daarna volgde het vragenuurtje. Ondanks een dringend beroep van het RKK op iedereen om bij hun vraag te gaan staan, en aan de auteur om de vraag te herhalen, hield dat goede voornemen niet lang stand. Jammer, want er werden goede vragen gesteld en daarmee wist de auteur goed raad. Jammer dat dit deel van zo'n boeklezing voor een deel van het publiek steeds verloren gaat. Maar het daverende applaus na afloop liet er geen twijfel over bestaan, dat het publiek de lezing op waarde wist te schatten.
In hun slotwoord nodigde het RKK iedereen uit om eens na te denken over een auteur, die ze graag eens wilden horen en die nog niet eerder in Rooi voor het RKK een lezing had verzorgd. Suggesties zijn welkom.