Dorp in de Peel

Als kind was 'mijn' dorp Bakel. Daar ben ik geboren en zat er op de lagere school. We woonden in een huis recht tegenover de meisjesschool. In het speelkwartier stond ik weleens door de spijlen van het hek te kijken of ik mijn moeder achter de ruiten zag of dat ze met mijn jongste broertje boodschappen ging doen.

Mijn eerste schooljaar was geen pretje. Als je linkshandig was en je leerkracht een strenge non, had je het zwaar. Regelmatig nam ik mijn kroontjespen in de 'verkeerde' hand. Dat werd afgestraft met een vervelende opmerking of met een tik op mijn vingers. Mijn moeder kon het niet langer aanzien en ging een keer naar school met de zuster praten. Die wist van geen wijken en ik moest en zou rechts leren schrijven. Tijdens mijn studie aan de Kweekschool in Veghel gaf de lerares mij bijles om een leesbaar schrift te krijgen. Als juf moest je toch het goede voorbeeld geven; keurig op het schoolbord schrijven was wel het minste. De typemachine en de computer waren voor mij geschenken uit de hemel.

Vorig weekend stond ik weer tegenover mijn lagere school. We deden een middagje Bakel en ik probeerde jeugdherinneringen op te halen. Het hek is weg en aan het gebouw hangt nu een reclamebord van Jupiler bier. Boven de ingang, van wat nu een jeugdsoos is, staat in moderne letters: Fuge. Dit betekent branden of sissen. Mijn beelden van een mooi Brabantsdorp zijn die middag weggesist.
Mijn ouderlijk huis is nu een makelaardij, gespecialiseerd in bouwinspecties en keuringen. Het kinderrijk gezin van de slager woont er niet meer. Ik zie een cafetaria met plastic stoeltjes en lelijke prullenbakken. Op de plaats van de altijd verrukkelijk ruikende bakkerswinkel is een schoenenzaak. Het valt niet mee om nog plekken te vinden die me op een fijne manier meenemen naar vroeger. Gelukkig is de oude pastorie nog intact en ook het parochiehuis waar mijn vader met opgeplakte snor en baard als deftige mijnheer op de planken stond.
We wandelen naar de standerdmolen die er mooi opgeknapt uitziet. Hier was de schutterij actief en waren op dinsdagkermis wedstrijden in koningschieten. Wie het lukte om de houten haan eraf te schieten mocht een jaar lang de titel van koning dragen. Blij word ik als ik de prachtig gerestaureerde dorpskerk zie. De voorloper van deze kerk werd rond 720 gesticht door de Heilige Willibrordus. Hij werd hier pastoor. Ik deed er mijn Eerste Heilige Communie in een lange witte jurk met sluiertje. Hier kreeg ik het Vormsel en op 12 jarige leeftijd, gekleed in een licht blauw 'BB ruitje', deed ik de Plechtige Heilige Communie.

Daarna rijden we naar Deurne, ook een dorp in de Peel. Het werd bezongen door Wim Sonneveld. De tekst is van zijn partner Friso Wiegersma. De zin: 'En langs het tuinpad van mijn vader…' ontroert mij nog steeds. In het lied gaat het over het huis van zijn vader, dokter Wiegersma, die ook een verdienstelijk kunstschilder was. De gezinswoning is nu onderdeel van het museum De Wieger. Ook hier vraag ik me af waar die gezellige cafeetjes zijn gebleven.

Met gemengde gevoelens verlaat ik dit stukje Brabant. Meer dan tevreden zitten wij later op onze Markt in wat ik nu 'mijn' dorp Sint-Oedenrode noem.

Nelleke Thijssen
Reageren? Impesant.nl